Archives

Dag, juf!

Twee jaar geleden. Zo rond kwart voor 8. We vertrokken van huis met een kleuter van net 4 jaar. Sommige ouders vol enthousiasme, anderen met ietwat knikkende knietjes. Waren we net een beetje gewend aan het ouderschap, moesten we ze alweer loslaten. En hoe nuchter sommigen van ons ook zijn, we pinkten allemaal een traantje weg, gaven het kroost nog een extra dikke knuffel. Keken van achter het glas naar die kleine hummeltjes op hun kleine stoeltjes. Want vandaag was het zover: de allereerste schooldag. Een nieuw begin. Voor onze kinderen, voor onszelf. De start van hun schoolcarrière.

Alles anders…

Als ouder hoop je maar één ding: dat je kind het naar zijn zin krijgt, vriendjes maakt en dat hij vooral met heel veel plezier naar school gaat. En dat is soms niet gemakkelijk. Je moet de aandacht delen met 27 andere kleuters, je moet opeens iets vertellen in de kring, bent hele dagen van huis en naar de wc gaan doe je nu echt alleen…

Maar ze kwamen in de klas van juf Roos. Verlegen meisjes kropen in de eerste maanden langzaam uit hun schulp. Stoere, maar roekeloze jochies bleven in de klas keurig op hun plekje zitten. Met hun eigen taken, leerden ze wat verantwoordelijkheid is. Dat het belangrijk is om elkaar te helpen en voor elkaar te zorgen. Klapt de juf in haar handen, staan die kleine kleuters toch maar mooi netjes in de rij.

In de huid van Sneeuwwitje

Ondertussen werden er Engelse liedjes geleerd, kwamen ze trots thuis met hun eerste, door hen zelf geschreven woordjes. Traden ze op als pauw, beer of draak. Kroop jij in de huid van Sneeuwwitje, toverde je de klas om tot een kerstsprookje, maak jij je sterk voor een beter schoolplein. Je bent altijd bereikbaar, lief, streng als het moet, maar vooral betrokken. Een goed begin is het halve werk. Klinkt zo cliché, maar het is wel heel waar. Want hoe hadden die kleintjes hun schoolreis beter kunnen beginnen dan bij jou? Ze hebben zoveel méér geleerd dan a-b-c- en 1-2- 3.

Dikke muren

Lieve Roos, we weten dat je soms tegen hele dikke muren aanloopt. Dat je soms zo veel meer wilt, dan mogelijk is. Dat je altijd het maximale uit onze kinderen hebt willen halen. Dat is een groot goed. Voor jouzelf als docent en voor onze kinderen met ons erbij. Net als twee jaar geleden pinken we een nu een traantje weg. De kleuterjaren zijn voorbij gevlogen.

En wij kunnen nu maar een ding zeggen: Dag, juf! Bedankt voor alles. Onze kleuters zijn klaar voor groep 3.

Onderbuikgevoel

Aan het werk op de pier in Scheveningen

“We spend a lot of time designing the bridge, but not enough time thinking about the people who are crossing it.”

– Dr. Prabhjot Singh, Director of Systems Design at the Earth Institute

Drie maanden geleden werd ik door ANWB Reizen gevraagd of ik deel wilde nemen aan een project. Met een zogenoemd multidisciplinair team een nieuwe propositie ontwikkelen rondom het thema stedentrips. Samen met Inkoop, Marketing en Directie een traject van 12 weken, 6 sprints met als afsluiting een pitch event in het FOX Theater in Hoofddorp. Strategiemakers uit Amsterdam zou het project begeleiden. Vanuit mijn online expertise zei ik volmondig ja. Vol goede moed, maar zonder enig idee wat ons te wachten stond, startten we drie maanden geleden met elkaar.

Van voorstelrondje naar pitch

Wat begon met een voorstelrondje (sommige collega’s hadden elkaar nog nooit gezien) eindigde gister met een pitch voor alle directeuren van ANWB Reizen, inclusief een voorbereidende presentatie-training van acteur Mimoun Oaïssa. En we stonden er met zweethandjes, maar wel als team. Met trots.

Strategiemakers liet voorafgaand aan de pitches zien hoe we hebben gewerkt en vatte het samen onder de noemer ANWB Reizen Accelerator. Feitelijk een combinatie tussen Design Thinking en Agile werken. Een manier van werken waarbij je start bij de gebruiker: wat zijn de pijnen? Waar hebben ze behoefte aan en hoe kunnen wij daar als ANWB op inspringen? Dat betekende op onze elektrische fietsen naar de pier van Scheveningen en mensen interviewen. Gewoon willekeurig mensen eruit pikken. De quotes en inzichten op kilo’s post-its schrijven, bundelen, bediscussiëren en door naar het volgende experiment. En echt, dan gaat er, hoe cliché ook, een wereld voor je open…

Valideren (of niet)

Bij Design Thinking wordt het welbekende onderbuikgevoel meteen de deur gewezen: aannames worden in sprints van twee weken middels experimenten gevalideerd (of niet). En zo bouw je dus een business case die volledig aansluit bij je doelgroep. Die zorgt dat je van tevoren al heel precies weet waar en wanneer je relevant kan zijn. En als je dan verschillende disciplines bij elkaar zet, voer je soms pittige, maar oh zo nuttige discussies. Iets met de som der delen enzo.

Als je het als buitenstaander leest, klinkt het simpel vragen aan de doelgroep wellicht als een open deur. Maar voor iemand die vijf dagen per week achter een computer zit, was dit toch een wonderbaarlijk kwartaal.

The day after…

En nu is het the day after en zit ik toch een beetje met een kater op kantoor. Het was drie maanden keihard werken, naast de reguliere werkzaamheden. Dat betekende ook wel eens met een zucht naar kantoor. Maar nu is het traject afgelopen, hebben we volgende week alleen nog een retro met elkaar en zit ik weer hier. Achter mijn bureau. Maar wel met een bak (zelf)kennis, nieuwe collega’s in mijn netwerk en een blijvende allergie voor het soms zo misleidende onderbuikgevoel…

Gewoontedier

Op het werk is er onlangs nogal wat veranderd. Twee afdelingen zijn samengevoegd. Iedereen behoudt zijn baan, maar we gaan voortaan verder als één. Verandering. Het is interessant om te zien wat dat in mensen losmaakt. De een staat te springen, dorstig naar vernieuwing. De ander springt in de blinde paniek-modus, want alles wordt anders en het was toch goed zoals het was.

Met migraine in bed

Nu hoor ik zelf van nature helaas toch een beetje tot de laatste groep, met dien verstande dat ik écht wel weet dat met stilstaan nog nooit iemand de oorlog heeft gewonnen. Dus probeerde ik mezelf vanaf dag 1 te overtuigen dat het allemaal wel goed zou komen. Dat het ook heel veel nieuwe kansen biedt. En ik moet zeggen dat ik daar best enthousiast van werd. Maar toen we eenmaal de kick-off sessie in december hadden en ik aan het einde van de dag met migraine in bed stapte, werd het pijnlijk duidelijk dat mijn hoofd (en lijf) heftig reageerde op die nieuwe samenstelling van mensen.

Onwennig

Inmiddels zijn we precies een maand verder. En nee, ik ben nog niet helemaal waar ik wezen moet. Een verstikkende bewijsdrang maakt zich, net als in het begin van mijn loopbaan, van mij meester. Een rare kronkel, want ik deed en doe mijn werk nog steeds zoals altijd: goed, vol energie vooruit en met een kritische blik. En dat wordt gewaardeerd. Ook dat weet ik. Maar toch voelt het nog een beetje als de eerste weken in ons nieuwe huis: het is geen thuis. Alles is wat onwennig, je herkent niet alle geluiden en je moet even aftasten welk burenvlees je in de kuip hebt.

Bijna thuis

Maar om de vergelijking met dat nieuwe huis maar even door te trekken: ruim drie maanden na de verhuizing ben ik zo blij als een aap. Toen we er net in zaten, zei ik angstig tegen manlief: is dit nu echt het huis waar we oud willen worden? We hingen nog wat foto’s op, bestelden een maand later gordijnen en inmiddels ligt er een groen kleed in de zithoek. Kortom: we hebben onze nieuwe routine in dit grotemensenhuis gevonden. En dus kijk ik nu naar mezelf op kantoor. Met een beetje schaven, kneden en bewegen komt dit gewoontedier vast snel weer thuis…

Geloof in de liefde

Je weet niet hoe sterk je bent, tot het moment dat sterk zijn de enige keuze is die je hebt.

Deze week was in één woord droevig. Mijn tante verloor de strijd in een ongelijk gevecht tegen kanker. Vorige weken huilden we omdat er een levensverwachting van enkele weken werd uitgesproken. Vandaag zit ik op de bank, mijn laptop op schoot, donker buiten en de laatste toespraak van mijn vader voor zijn zus voor me op het scherm. Of ik er nog even naar wilde kijken…Ze overleed in de nacht van woensdag op donderdag op 62-jarige leeftijd.

In de dagen die volgen, zijn we veel bij mijn ouders thuis en ga ik met mijn moeder bij mijn oma op bezoek. Die op 92-jarige leeftijd haar dochter moet loslaten. En hoewel onze band niet altijd even sterk is geweest, we als familie ook onze dalen hebben gekend, breekt mijn moederhart als nooit tevoren. Ze staart naar de rouwkaart en huilt zonder tranen. Op de tafel staat het geboortekaartje van mijn achternichtje die zondag is geboren. Leven en dood stonden nog nooit zo dicht bij elkaar. Als op vrijdagnacht de hel losbreekt in Parijs, lig ik de uren die volgen hopeloos, verdrietig, in de war en zwetend in bed. Om het verdriet van mijn familie, maar ook om het verdriet van de wereld.

Fay is ziek en ligt tussen ons in. Ik kruip tegen haar koortsige lijfje aan en houd haar stevig vast en in de stilte van de nacht stromen de tranen over mijn wangen. Hoe leer ik mijn kinderen te houden van een wereld die soms zo slecht, lelijk, donker en oneerlijk is? Te genieten van het leven, dat soms zo pijnlijk en intens verdrietig verloopt? Het is zo’n nacht dat alles door mijn hoofd spookt, een waarin ik alleen maar verlang naar het licht en de zon. Want hoe hard ik ook probeer aan de leuke dingen te denken, het blijft die uren gitzwart. Buiten en in m’n hoofd en hart.

Ik zet de laatste woorden van mijn vader aan zijn zus op papier en sluit mijn ogen. Buiten is het lichter dan vannacht, maar nog te donker voor plezier, blijheid en geluk. En zo gaat het leven. Met ups en downs, met lachen en huilen, met leven en dood. Ik hoop dat ik er voor mijn familie kan zijn, dat ik op die manier toch iets bijdraag aan een betere wereld. En totdat de zon zich weer laat zien, kijk ik met Fay en Beau naar Sinterklaas. En geloof ik voor een keertje ook nog in deze beste man. In de onschuld en onbevangenheid van een kind. In de hoop en het geloof dat liefde voor elkaar overwint. Misschien niet vandaag, maar wel morgen en de dagen daarna.

Faillissement: het spelletje van valse hoop

Hope Street

Better to know the quick pain of truth than the ongoing pain of a long-held false hope.

De meeste mensen om ons heen kennen ons verhaal en weten dat Jaspers bv The Ticket Enterprise en hijzelf failliet zijn. De bv raakte door de economische crises in financiële problemen. Toen de bank midden in het hoogseizoen besloot het tijdelijke krediet, waar we al jaren op rij gebruik van konden maken, niet meer te geven, waren we genoodzaakt de stekker eruit te trekken. Dat terwijl we in 2012 zwarte cijfers zouden schrijven. We troffen een bijzonder fijne curator. Die nu, na precies 3 jaar, nog altijd geen cent betaald heeft aan de schuldeisers, maar zelf al 90.000 mocht bijschrijven op zijn eigen rekening. Die het gooide op ‘onbehoorlijk bestuur’. De reactie daarop van onze advocaat? ‘Een belachelijke lijst met punten die je stuk voor stuk gemakkelijk kunt weerleggen, maar de verdediging kost minstens 25.000 euro’. Bedenk je even dat we beide onze baan verloren, we vier kinderen hebben en ons laatste restje spaargeld in de bv stopten om klanten te kunnen helpen. Je begrijpt: dat geld hadden we niet.

Als je geen geld hebt om je te verdedigen, is het simpel: wie zwijgt, stemt toe. En dus kreeg de curator gelijk en kon hij overgaan tot het aanvragen van het persoonlijk faillissement.

Fictieve deadline

En daar zaten we dan vorig jaar oktober. De bv kwijt, je baan, je geld en post kwijt en belangrijker: je eigenwaarde kwijt. Je mag nergens meer over beslissen, je mag geen cent meer verdienen. De laatste 900 op de gezamenlijke rekening leverden we in. Vooral sinds dat moment is het faillissement een spelletje van valse hoop geworden. Omdat je als failliet (bv of persoonlijk) nauwelijks inzicht krijgt in de status van de afwikkeling is het gewoon afwachten. Het kan drie maanden duren of drie jaar. Als je gaat rondvragen en op internet gaat lezen, krijg je een gemiddelde periode van een jaar. En hoe stom of naïef dat ook is, je gaat met zo’n getal leven. Je gaat onbewust aftellen en hoe dichterbij het einde van het jaar komt, hoe ongeduldiger je wordt. Wachten op mail, drie keer per week Faillissementsdossier.nl checken of er een nieuw verslag is toegevoegd, huilen, ’s nachts wakker liggen en vooral hopen dat er een verlossend antwoord komt. Totdat het jaar verstreken is en je, gebaseerd op iets of niets, weer verder aftelt naar de volgende fictieve deadline. Het breekt je op, slurpt alle energie uit je en toch doe je het elke keer weer.

Huidige status persoonlijk faillissement

Zo gaat het al 3,5 jaar en vandaag is er weer zo’n deadline. Het persoonlijk faillissement is een jaar geleden uitgesproken. De uitspraak van de curator destijds: ‘gebruikelijk is 6 maanden tot een jaar’. Dat werd twee maanden geleden nog eens bevestigd door een brief waarin het voornemen wordt uitgesproken om het faillissement binnen een jaar na uitspraak af te wikkelen. En dan is het vandaag. We hebben met angst en beven toch maar besloten om te vragen naar de huidige status. Als ik mijn mailbox open, terwijl ik achter mijn bureau zit, zie ik de onderwerpsregel: ‘FW: Status’. Huiverig klik ik op het mailtje. Mijn hand trilt, het zweet breekt me uit. Snel scan ik het mailtje. Ik stop als ik de woorden ‘over drie maanden’ lees. Ik ren de gang op, gooi een vergifbeker aan scheldwoorden leeg en barst, zoals na iedere deadline, in tranen uit. Zelfs mijn collega’s kennen het riedeltje inmiddels: Chantal hoopt, Chantal krijgt een klap, Chantal wordt bij elkaar geveegd door het team. Dankbaar voor die arm om me heen, de gedeelde boosheid en het begrip, voel ik me toch weer moederziel alleen. Alleen in ons gevecht voor een normaal leven.

Gelukkig weet ik na drie jaar vallen, dat ik ook al drie jaar weer opsta. Dat zal ik nu ook weer doen. Tot het moment dat die fictieve deadline een daadwerkelijke sluiting van het faillissement wordt. En tot die tijd? Op de bank met een deken, veel chocola, lieve collega’s en vrienden en het enige wat wél nog 100% van onszelf is: Fay en Beau.

 

Moeder op het schoolplein

Op het schoolplein

Op 23 juni 2015 was het feest in huize Van Eijck. Fay werd die dag 4 jaar oud. Een hele stap voor onze kleine meid. Van vrijblijvend rondscharrelen, eten, slapen en een driftbui hier en daar bij In de Wolken naar een strak stramien dat naar school gaan heet. We hadden de hele zomervakantie om haar (en mezelf) voor te bereiden op de grote dag. Iedere moeder zal dit cliché beamen, maar ik kan maar niet geloven dat dat garnaaltje van net 2400 gram nu al is uitgegroeid tot een pittige en mondige kleuter, die zichzelf aankleedt en haar eigen naam kan schrijven. Ik weet nog dat mijn moeder apetrots naast het ziekenhuiswiegje stond en me toe fluisterde te genieten van mijn kleine meisje. ‘Voor je het weet, gaat ze naar school.’ Ik lachte haar woorden weg. Dat duurt nog zó lang…

Zijn we er klaar voor?

Maar hoe dichterbij die eerste schooldag komt, des te meer ik bij mezelf een merkwaardige spanning opmerk. Ik kan ’s avonds maar moeilijk in slaap komen en op weg van werk naar huis en andersom bedenk ik me wel een miljoen keer hoe onze ochtenden er straks uit moeten zien. Of we niet nog een nieuwe broodtrommel moeten kopen en hoe ik werk zó kan combineren dat ik niet altijd die afwezige ouder ben. Ik vraag Jasper wel 30x op een dag hoe laat we voortaan ’s ochtends op moeten staan. Want hoewel hij nu de perfecte huisvader is, is het vlechten van haren nog altijd een uitdaging. En dan moet je net mij treffen: ik ben niet alleen een perfectionist op werk, maar ook thuis. Kortom: Fay met losse haren naar school is een no-go. Naast al deze praktische, en ergens onbenullige, zaken, denk ik ook vooral na over de afgelopen vier jaar. Over mijn rol als mama. Heb ik het wel goed gedaan? Is ze zelfstandig genoeg om zich nu in haar uppie tussen 27 andere kleuters te redden? Ze is pas net helemaal zindelijk, best verlegen zo af en toe en soms valt ze rond half 5 ’s middags nog in slaap. Is Fay er wel klaar voor? Of moet ik misschien zeggen: ben ík er wel klaar voor? Vind ik die eerste schooldag niet veel moeilijker dan Fay zelf? Omdat ik haar weer een beetje los moet laten, omdat de wereld nu van alles van haar verwacht en omdat vanaf nu middels CITO-toetsen officieel wordt vastgelegd of ze volgens de regeltjes functioneert of niet. Op school begint voor m’n gevoel haar reis naar volwassenheid. Verliest ze steeds een beetje meer van die mooie en ontroerende naïviteit die een klein kind zo eigen is.

Lief meisje van me, wat is de tijd snel gegaan! Vandaag naar de grote school. Ga genieten, maak vrienden, ontdek wie je bent en wat je kunt. Ben apetrots op je. Liefs, mama

Stoere dochter en een traan

En dan is het toch echt 24 augustus 2015. Na een zeer geslaagde kennismakingsochtend in juli, fietsen we met het hele gezin naar de basisschool. Fay zit met Beau in de bakfiets. Ze draagt haar nieuwe roze Frozen-shirt, dat ze gisteren zelf heeft uitgezocht. Ze vertelt Beau vol trots dat ze vandaag naar de grote school gaat. Geen spoortje angst te ontdekken. Ook als ik het schoolplein op loop met haar handje in de mijne, is zij nog altijd vrolijk. Alsof ze niet beter weet, stapt ze de klas in, geeft juf Roos een hand en gaat zitten. Ik zwaai naar haar en blijf nog even naar haar kijken van achter het raam. Ik slik. En ik slik nog eens. Ik voel een traan over mijn wang lopen. Mijn mooie dochter zit daar maar mooi stoer te wezen in groep 1/2c. Als ik haar ’s middags joelend uit de klas zie rennen en ze me in de armen vliegt vol verhalen, haal ik opgelucht adem. We hebben de eerste dag overleefd. Zij als scholier en ik als moeder op het schoolplein. Het komt wel goed. Op naar 8 hele mooie jaren op De Regenboog.

De ontmoeting

Sneeuwengel

Beste meneer Heijnen,

Woensdag 26 september 2012. Onze eerste ontmoeting. Een om nooit te vergeten. Ik ben net gearriveerd in Hoofddorp waar ik een non-profit organisatie vertegenwoordig als ik door uw kantoor gevraagd wordt over krap twee uur op het kantoor van ons gisteren failliet verklaarde bedrijf te verschijnen. U duldt geen tegenspraak. Uit schuldgevoel voor wat ik ondanks het knokken van de afgelopen vijf jaren niet heb kunnen redden, pak ik mijn spullen en rijdt naar Rotterdam.

De tranen van het verdriet om wat en wie we zijn verloren zijn amper opgedroogd. Vijftien man personeel op straat. Mensen waarmee we bevriend raakten, mensen met een gezin, mensen met een hart. Mensen die op ons rekenden en die we niet konden bieden wat we zo graag wilden. Mijn langverwachte huwelijk. Afgezegd door een stel van het pad geraakte klanten. Mijn dochter. Van net 1. In gevaar door diezelfde malloten. Een op sensatie beluste krant zonder moraal. En dat alles omdat we het na zeven jaar vechten verloren van de economie.

Terwijl ik trillend en nerveus de galerij oploop, dit alles overdenkend, staat u daar. Als een koning van de macht. Met een hulpje dat indruk wil maken op de Grote Baas. U gunt me geen blik waardig, commandeert me rond door, wat voor mij voelt als mijn tweede huis. Als uw knechtje refereert aan ons afgeblazen huwelijk, denk ik voor heel even dat hij compassie toont. Maar zoals de daarop volgende twee jaar zullen verlopen, slaat hij het gevoel van hoop, begrip en respect in één harde klap neer.

Mijn man arriveert met zijn advocaat, zich excuserend over de vijf minuten vertraging. Het doet u niks. In plaats daarvan ondervraagt u hem als een moordenaar in zijn cel. Het knechtje triomfantelijk naast u met nodeloos irritant commentaar.

Ik laat jullie alleen. Mijn dochtertje wacht. Ik kijk het kantoor nog eens goed rond. Probeer tevergeefs afscheid te nemen van wat ooit was. Ik slik mijn tranen weg en ga uit van een goede afloop, in de weet dat wij er alles aan deden ons bedrijf te redden.

Met vriendelijke groet,

Chantal

Is jouw glas half leeg?

Half vol of half leeg?

De allergie van de een is de kwaliteit van de ander…

Focus op missers of genieten van successen?

Ik ben er zo een. Iemand waarbij het glas vaker half leeg is dan half vol. Op mijn werk bij de ANWB loop ik daar nog al eens tegenaan. Zoals vandaag bijvoorbeeld. De details zal ik je besparen, maar ik focus op dat soort momenten op de missers in plaats van op de successen. Jasper volgt sinds kort een coachingstraject. En hij kwam maandag thuis met deze stelling: ‘de allergie van de een is de kwaliteit van de ander’. Da’s even een doordenkertje. Want wat betekent dat dan voor mijn lege glazen? Wat is de kwaliteit van ’s avonds piekeren op de bank over al de dingen die beter konden in plaats van heerlijk ontspannen genieten van alles wat je vandaag hebt bereikt of af hebt gekregen? Naast dat het bijzonder vervelend is voor je omgeving en dodelijk vermoeiend is voor jezelf, ligt er volgens deze theorie toch iets positiefs aan ten grondslag. Het duurde even om dat in te zien, maar het is realisme, geloof ik.

Een half leeg glas kan óók fijn zijn

Ik zie wat beter kan, durf openlijk toe te geven dat er nog veel te winnen valt. De uitdaging is alleen om dat te blijven afzetten tegen de successen. Om ergens in het midden uit te komen. Iets wat, en daar is de open deur, realistisch is. Voor Jasper geldt dat juist andersom. Zijn glas lijkt soms zo vol dat hij in plaats van positief neigt naar naïviteit. Iets waar ik als realist soms heftig op reageer. Zet ons bij elkaar en je kunt veel van elkaar leren (en je maakt een goed team): ik neem wat van zijn positiviteit en kom van mijn pessimisme weer terug in het realisme. En andersom. Hij neemt wat van mijn realisme en komt weer terug bij zijn kwaliteit. Terugkijkend op vier hele heftige jaren, is dit misschien wel waarom we de sterkste stormen hebben doorstaan. Omdat we elkaar aanvullen waar we zelf tekort schieten en omdat we samen sterker zijn dan de som der delen. Omdat we samen een glas vullen. Tot de rand toe gevuld.

Het Kwaliteitenspel

Vond je de stelling van Jasper interessant en leuk om over na te denken? Kijk dan eens naar ‘Het Kwaliteitenspel’ van P. Gerrickens. Het spel bestaat uit 140 kaarten met daarop karaktereigenschappen. Op de ene helft staan woorden die kwaliteiten aanduiden, bv. betrouwbaar, flexibel. Op de andere helft staan woorden die vervormingen (of valkuilen) aanduiden, bv. arrogant, chaotisch. Zo leer je elkaar kennen, maar ook hoe mensen jou zien en wat je struikelblokken en sterke kanten zijn. Je kunt het onder andere bestellen bij Bol.com (27,95).

Onschuld moet je kopen

Prikkeldraad houd je gevangen

Ken je dat verhaal over Lucia de B.? Die door een berg aan fouten, roddels, media-invloed en andere ellende onschuldig in de cel belandde? Binnenkort gaat haar film in premiere en vandaag zat ze bij De Wereld Draait Door. Onder het motto ‘waar rook is, is vuur’ vonden we massaal dat Lucia een monster zonder geweten was. Zij verloor een groot deel van haar leven. Omdat wij haar in een hokje stopten, omdat wij dachten dat we het allemaal wel wisten. Pas nu haar onschuld bewezen is, slaat iedereen bemoedigend de armen om haar heen.

Onschuldige oplichters

Hoewel het qua impact onvergelijkbaar is, voel ik haar woede, verdriet en hopeloosheid in de tijd dat niemand in haar onschuld leek te geloven. Nu bijna 3 jaar geleden ging het bedrijf van mijn man Jasper van Eijck failliet. Na 10 jaar keihard werken en knokken, verloren we het uiteindelijk toch van de oh zo slechte economie. Met man en macht probeerden we gedupeerde klanten te voorkomen, maar zoals dat gaat met een faillissement, lukte dat niet. De berg stront die we via social media over ons heen kregen was pittig, maar ergens begrijpelijk. Het werd pas echt slopend toen we met naam en toenaam in een Nederlandse krant en op Geen Stijl terecht kwamen onder de titel ‘Oplichters’. Ik zei het net al: Waar rook is, is vuur en ‘als het in de krant heeft gestaan, is het waar’. Die twee principes (waar ik mezelf wellicht ook schuldig aan maakte) hebben de afgelopen drie jaar van ons gezinsleven gedomineerd. De buitenwereld, maar ook vrienden en familie stopten ons in datzelfde hokje als Lucia. Een hokje dat voor Lucia letterlijk en voor ons figuurlijk een gevangenis werd.

Onschuld moet je kopen

De eerste maanden deden de valse beschuldigingen pijn, maar kon ik slapen. Ik wist zeker dat wij onschuldig waren, dat zou snel genoeg blijken. Inmiddels zijn we drie jaar verder, zijn we alles kwijtgeraakt. Ook mijn spaargeld om de advocaat te betalen die de verdediging had moeten voeren tegen het lamlendige onderzoek van de curator. Geld om uit dat verlammende hokje te kunnen kruipen. Geld om onze onschuld te kopen.

Niets doen, behalve genieten

De frustratie, het verdriet, het ongeloof en overheersende gevoel van onrechtvaardigheid. Het doet je soms vergeten dat er meer is dan wat de wereld van je denkt. Dat met name Jasper beter is dan zijn laatste succes. Maar ondanks de storm die nu al zo lang in ons leven waait, hebben we inmiddels een manier gevonden om ons er voor af te sluiten. Door te leven in het nu. Door te genieten van wat we wel hebben in plaats van wat we zijn verloren. De pijn en het gevecht blijft, maar zoals Lucia haar interview bij DWDD glunderend afsluit: Ik doe niks meer, behalve genieten van het leven.