Faillissement

Faillissement: het spelletje van valse hoop

Hope Street

Better to know the quick pain of truth than the ongoing pain of a long-held false hope.

De meeste mensen om ons heen kennen ons verhaal en weten dat Jaspers bv The Ticket Enterprise en hijzelf failliet zijn. De bv raakte door de economische crises in financiële problemen. Toen de bank midden in het hoogseizoen besloot het tijdelijke krediet, waar we al jaren op rij gebruik van konden maken, niet meer te geven, waren we genoodzaakt de stekker eruit te trekken. Dat terwijl we in 2012 zwarte cijfers zouden schrijven. We troffen een bijzonder fijne curator. Die nu, na precies 3 jaar, nog altijd geen cent betaald heeft aan de schuldeisers, maar zelf al 90.000 mocht bijschrijven op zijn eigen rekening. Die het gooide op ‘onbehoorlijk bestuur’. De reactie daarop van onze advocaat? ‘Een belachelijke lijst met punten die je stuk voor stuk gemakkelijk kunt weerleggen, maar de verdediging kost minstens 25.000 euro’. Bedenk je even dat we beide onze baan verloren, we vier kinderen hebben en ons laatste restje spaargeld in de bv stopten om klanten te kunnen helpen. Je begrijpt: dat geld hadden we niet.

Als je geen geld hebt om je te verdedigen, is het simpel: wie zwijgt, stemt toe. En dus kreeg de curator gelijk en kon hij overgaan tot het aanvragen van het persoonlijk faillissement.

Fictieve deadline

En daar zaten we dan vorig jaar oktober. De bv kwijt, je baan, je geld en post kwijt en belangrijker: je eigenwaarde kwijt. Je mag nergens meer over beslissen, je mag geen cent meer verdienen. De laatste 900 op de gezamenlijke rekening leverden we in. Vooral sinds dat moment is het faillissement een spelletje van valse hoop geworden. Omdat je als failliet (bv of persoonlijk) nauwelijks inzicht krijgt in de status van de afwikkeling is het gewoon afwachten. Het kan drie maanden duren of drie jaar. Als je gaat rondvragen en op internet gaat lezen, krijg je een gemiddelde periode van een jaar. En hoe stom of naïef dat ook is, je gaat met zo’n getal leven. Je gaat onbewust aftellen en hoe dichterbij het einde van het jaar komt, hoe ongeduldiger je wordt. Wachten op mail, drie keer per week Faillissementsdossier.nl checken of er een nieuw verslag is toegevoegd, huilen, ’s nachts wakker liggen en vooral hopen dat er een verlossend antwoord komt. Totdat het jaar verstreken is en je, gebaseerd op iets of niets, weer verder aftelt naar de volgende fictieve deadline. Het breekt je op, slurpt alle energie uit je en toch doe je het elke keer weer.

Huidige status persoonlijk faillissement

Zo gaat het al 3,5 jaar en vandaag is er weer zo’n deadline. Het persoonlijk faillissement is een jaar geleden uitgesproken. De uitspraak van de curator destijds: ‘gebruikelijk is 6 maanden tot een jaar’. Dat werd twee maanden geleden nog eens bevestigd door een brief waarin het voornemen wordt uitgesproken om het faillissement binnen een jaar na uitspraak af te wikkelen. En dan is het vandaag. We hebben met angst en beven toch maar besloten om te vragen naar de huidige status. Als ik mijn mailbox open, terwijl ik achter mijn bureau zit, zie ik de onderwerpsregel: ‘FW: Status’. Huiverig klik ik op het mailtje. Mijn hand trilt, het zweet breekt me uit. Snel scan ik het mailtje. Ik stop als ik de woorden ‘over drie maanden’ lees. Ik ren de gang op, gooi een vergifbeker aan scheldwoorden leeg en barst, zoals na iedere deadline, in tranen uit. Zelfs mijn collega’s kennen het riedeltje inmiddels: Chantal hoopt, Chantal krijgt een klap, Chantal wordt bij elkaar geveegd door het team. Dankbaar voor die arm om me heen, de gedeelde boosheid en het begrip, voel ik me toch weer moederziel alleen. Alleen in ons gevecht voor een normaal leven.

Gelukkig weet ik na drie jaar vallen, dat ik ook al drie jaar weer opsta. Dat zal ik nu ook weer doen. Tot het moment dat die fictieve deadline een daadwerkelijke sluiting van het faillissement wordt. En tot die tijd? Op de bank met een deken, veel chocola, lieve collega’s en vrienden en het enige wat wél nog 100% van onszelf is: Fay en Beau.

 

De ontmoeting

Sneeuwengel

Beste meneer Heijnen,

Woensdag 26 september 2012. Onze eerste ontmoeting. Een om nooit te vergeten. Ik ben net gearriveerd in Hoofddorp waar ik een non-profit organisatie vertegenwoordig als ik door uw kantoor gevraagd wordt over krap twee uur op het kantoor van ons gisteren failliet verklaarde bedrijf te verschijnen. U duldt geen tegenspraak. Uit schuldgevoel voor wat ik ondanks het knokken van de afgelopen vijf jaren niet heb kunnen redden, pak ik mijn spullen en rijdt naar Rotterdam.

De tranen van het verdriet om wat en wie we zijn verloren zijn amper opgedroogd. Vijftien man personeel op straat. Mensen waarmee we bevriend raakten, mensen met een gezin, mensen met een hart. Mensen die op ons rekenden en die we niet konden bieden wat we zo graag wilden. Mijn langverwachte huwelijk. Afgezegd door een stel van het pad geraakte klanten. Mijn dochter. Van net 1. In gevaar door diezelfde malloten. Een op sensatie beluste krant zonder moraal. En dat alles omdat we het na zeven jaar vechten verloren van de economie.

Terwijl ik trillend en nerveus de galerij oploop, dit alles overdenkend, staat u daar. Als een koning van de macht. Met een hulpje dat indruk wil maken op de Grote Baas. U gunt me geen blik waardig, commandeert me rond door, wat voor mij voelt als mijn tweede huis. Als uw knechtje refereert aan ons afgeblazen huwelijk, denk ik voor heel even dat hij compassie toont. Maar zoals de daarop volgende twee jaar zullen verlopen, slaat hij het gevoel van hoop, begrip en respect in één harde klap neer.

Mijn man arriveert met zijn advocaat, zich excuserend over de vijf minuten vertraging. Het doet u niks. In plaats daarvan ondervraagt u hem als een moordenaar in zijn cel. Het knechtje triomfantelijk naast u met nodeloos irritant commentaar.

Ik laat jullie alleen. Mijn dochtertje wacht. Ik kijk het kantoor nog eens goed rond. Probeer tevergeefs afscheid te nemen van wat ooit was. Ik slik mijn tranen weg en ga uit van een goede afloop, in de weet dat wij er alles aan deden ons bedrijf te redden.

Met vriendelijke groet,

Chantal

Is jouw glas half leeg?

Half vol of half leeg?

De allergie van de een is de kwaliteit van de ander…

Focus op missers of genieten van successen?

Ik ben er zo een. Iemand waarbij het glas vaker half leeg is dan half vol. Op mijn werk bij de ANWB loop ik daar nog al eens tegenaan. Zoals vandaag bijvoorbeeld. De details zal ik je besparen, maar ik focus op dat soort momenten op de missers in plaats van op de successen. Jasper volgt sinds kort een coachingstraject. En hij kwam maandag thuis met deze stelling: ‘de allergie van de een is de kwaliteit van de ander’. Da’s even een doordenkertje. Want wat betekent dat dan voor mijn lege glazen? Wat is de kwaliteit van ’s avonds piekeren op de bank over al de dingen die beter konden in plaats van heerlijk ontspannen genieten van alles wat je vandaag hebt bereikt of af hebt gekregen? Naast dat het bijzonder vervelend is voor je omgeving en dodelijk vermoeiend is voor jezelf, ligt er volgens deze theorie toch iets positiefs aan ten grondslag. Het duurde even om dat in te zien, maar het is realisme, geloof ik.

Een half leeg glas kan óók fijn zijn

Ik zie wat beter kan, durf openlijk toe te geven dat er nog veel te winnen valt. De uitdaging is alleen om dat te blijven afzetten tegen de successen. Om ergens in het midden uit te komen. Iets wat, en daar is de open deur, realistisch is. Voor Jasper geldt dat juist andersom. Zijn glas lijkt soms zo vol dat hij in plaats van positief neigt naar naïviteit. Iets waar ik als realist soms heftig op reageer. Zet ons bij elkaar en je kunt veel van elkaar leren (en je maakt een goed team): ik neem wat van zijn positiviteit en kom van mijn pessimisme weer terug in het realisme. En andersom. Hij neemt wat van mijn realisme en komt weer terug bij zijn kwaliteit. Terugkijkend op vier hele heftige jaren, is dit misschien wel waarom we de sterkste stormen hebben doorstaan. Omdat we elkaar aanvullen waar we zelf tekort schieten en omdat we samen sterker zijn dan de som der delen. Omdat we samen een glas vullen. Tot de rand toe gevuld.

Het Kwaliteitenspel

Vond je de stelling van Jasper interessant en leuk om over na te denken? Kijk dan eens naar ‘Het Kwaliteitenspel’ van P. Gerrickens. Het spel bestaat uit 140 kaarten met daarop karaktereigenschappen. Op de ene helft staan woorden die kwaliteiten aanduiden, bv. betrouwbaar, flexibel. Op de andere helft staan woorden die vervormingen (of valkuilen) aanduiden, bv. arrogant, chaotisch. Zo leer je elkaar kennen, maar ook hoe mensen jou zien en wat je struikelblokken en sterke kanten zijn. Je kunt het onder andere bestellen bij Bol.com (27,95).

Onschuld moet je kopen

Prikkeldraad houd je gevangen

Ken je dat verhaal over Lucia de B.? Die door een berg aan fouten, roddels, media-invloed en andere ellende onschuldig in de cel belandde? Binnenkort gaat haar film in premiere en vandaag zat ze bij De Wereld Draait Door. Onder het motto ‘waar rook is, is vuur’ vonden we massaal dat Lucia een monster zonder geweten was. Zij verloor een groot deel van haar leven. Omdat wij haar in een hokje stopten, omdat wij dachten dat we het allemaal wel wisten. Pas nu haar onschuld bewezen is, slaat iedereen bemoedigend de armen om haar heen.

Onschuldige oplichters

Hoewel het qua impact onvergelijkbaar is, voel ik haar woede, verdriet en hopeloosheid in de tijd dat niemand in haar onschuld leek te geloven. Nu bijna 3 jaar geleden ging het bedrijf van mijn man Jasper van Eijck failliet. Na 10 jaar keihard werken en knokken, verloren we het uiteindelijk toch van de oh zo slechte economie. Met man en macht probeerden we gedupeerde klanten te voorkomen, maar zoals dat gaat met een faillissement, lukte dat niet. De berg stront die we via social media over ons heen kregen was pittig, maar ergens begrijpelijk. Het werd pas echt slopend toen we met naam en toenaam in een Nederlandse krant en op Geen Stijl terecht kwamen onder de titel ‘Oplichters’. Ik zei het net al: Waar rook is, is vuur en ‘als het in de krant heeft gestaan, is het waar’. Die twee principes (waar ik mezelf wellicht ook schuldig aan maakte) hebben de afgelopen drie jaar van ons gezinsleven gedomineerd. De buitenwereld, maar ook vrienden en familie stopten ons in datzelfde hokje als Lucia. Een hokje dat voor Lucia letterlijk en voor ons figuurlijk een gevangenis werd.

Onschuld moet je kopen

De eerste maanden deden de valse beschuldigingen pijn, maar kon ik slapen. Ik wist zeker dat wij onschuldig waren, dat zou snel genoeg blijken. Inmiddels zijn we drie jaar verder, zijn we alles kwijtgeraakt. Ook mijn spaargeld om de advocaat te betalen die de verdediging had moeten voeren tegen het lamlendige onderzoek van de curator. Geld om uit dat verlammende hokje te kunnen kruipen. Geld om onze onschuld te kopen.

Niets doen, behalve genieten

De frustratie, het verdriet, het ongeloof en overheersende gevoel van onrechtvaardigheid. Het doet je soms vergeten dat er meer is dan wat de wereld van je denkt. Dat met name Jasper beter is dan zijn laatste succes. Maar ondanks de storm die nu al zo lang in ons leven waait, hebben we inmiddels een manier gevonden om ons er voor af te sluiten. Door te leven in het nu. Door te genieten van wat we wel hebben in plaats van wat we zijn verloren. De pijn en het gevecht blijft, maar zoals Lucia haar interview bij DWDD glunderend afsluit: Ik doe niks meer, behalve genieten van het leven.