Moederschap

Dag, juf!

Twee jaar geleden. Zo rond kwart voor 8. We vertrokken van huis met een kleuter van net 4 jaar. Sommige ouders vol enthousiasme, anderen met ietwat knikkende knietjes. Waren we net een beetje gewend aan het ouderschap, moesten we ze alweer loslaten. En hoe nuchter sommigen van ons ook zijn, we pinkten allemaal een traantje weg, gaven het kroost nog een extra dikke knuffel. Keken van achter het glas naar die kleine hummeltjes op hun kleine stoeltjes. Want vandaag was het zover: de allereerste schooldag. Een nieuw begin. Voor onze kinderen, voor onszelf. De start van hun schoolcarrière.

Alles anders…

Als ouder hoop je maar één ding: dat je kind het naar zijn zin krijgt, vriendjes maakt en dat hij vooral met heel veel plezier naar school gaat. En dat is soms niet gemakkelijk. Je moet de aandacht delen met 27 andere kleuters, je moet opeens iets vertellen in de kring, bent hele dagen van huis en naar de wc gaan doe je nu echt alleen…

Maar ze kwamen in de klas van juf Roos. Verlegen meisjes kropen in de eerste maanden langzaam uit hun schulp. Stoere, maar roekeloze jochies bleven in de klas keurig op hun plekje zitten. Met hun eigen taken, leerden ze wat verantwoordelijkheid is. Dat het belangrijk is om elkaar te helpen en voor elkaar te zorgen. Klapt de juf in haar handen, staan die kleine kleuters toch maar mooi netjes in de rij.

In de huid van Sneeuwwitje

Ondertussen werden er Engelse liedjes geleerd, kwamen ze trots thuis met hun eerste, door hen zelf geschreven woordjes. Traden ze op als pauw, beer of draak. Kroop jij in de huid van Sneeuwwitje, toverde je de klas om tot een kerstsprookje, maak jij je sterk voor een beter schoolplein. Je bent altijd bereikbaar, lief, streng als het moet, maar vooral betrokken. Een goed begin is het halve werk. Klinkt zo cliché, maar het is wel heel waar. Want hoe hadden die kleintjes hun schoolreis beter kunnen beginnen dan bij jou? Ze hebben zoveel méér geleerd dan a-b-c- en 1-2- 3.

Dikke muren

Lieve Roos, we weten dat je soms tegen hele dikke muren aanloopt. Dat je soms zo veel meer wilt, dan mogelijk is. Dat je altijd het maximale uit onze kinderen hebt willen halen. Dat is een groot goed. Voor jouzelf als docent en voor onze kinderen met ons erbij. Net als twee jaar geleden pinken we een nu een traantje weg. De kleuterjaren zijn voorbij gevlogen.

En wij kunnen nu maar een ding zeggen: Dag, juf! Bedankt voor alles. Onze kleuters zijn klaar voor groep 3.

Geloof in de liefde

Je weet niet hoe sterk je bent, tot het moment dat sterk zijn de enige keuze is die je hebt.

Deze week was in één woord droevig. Mijn tante verloor de strijd in een ongelijk gevecht tegen kanker. Vorige weken huilden we omdat er een levensverwachting van enkele weken werd uitgesproken. Vandaag zit ik op de bank, mijn laptop op schoot, donker buiten en de laatste toespraak van mijn vader voor zijn zus voor me op het scherm. Of ik er nog even naar wilde kijken…Ze overleed in de nacht van woensdag op donderdag op 62-jarige leeftijd.

In de dagen die volgen, zijn we veel bij mijn ouders thuis en ga ik met mijn moeder bij mijn oma op bezoek. Die op 92-jarige leeftijd haar dochter moet loslaten. En hoewel onze band niet altijd even sterk is geweest, we als familie ook onze dalen hebben gekend, breekt mijn moederhart als nooit tevoren. Ze staart naar de rouwkaart en huilt zonder tranen. Op de tafel staat het geboortekaartje van mijn achternichtje die zondag is geboren. Leven en dood stonden nog nooit zo dicht bij elkaar. Als op vrijdagnacht de hel losbreekt in Parijs, lig ik de uren die volgen hopeloos, verdrietig, in de war en zwetend in bed. Om het verdriet van mijn familie, maar ook om het verdriet van de wereld.

Fay is ziek en ligt tussen ons in. Ik kruip tegen haar koortsige lijfje aan en houd haar stevig vast en in de stilte van de nacht stromen de tranen over mijn wangen. Hoe leer ik mijn kinderen te houden van een wereld die soms zo slecht, lelijk, donker en oneerlijk is? Te genieten van het leven, dat soms zo pijnlijk en intens verdrietig verloopt? Het is zo’n nacht dat alles door mijn hoofd spookt, een waarin ik alleen maar verlang naar het licht en de zon. Want hoe hard ik ook probeer aan de leuke dingen te denken, het blijft die uren gitzwart. Buiten en in m’n hoofd en hart.

Ik zet de laatste woorden van mijn vader aan zijn zus op papier en sluit mijn ogen. Buiten is het lichter dan vannacht, maar nog te donker voor plezier, blijheid en geluk. En zo gaat het leven. Met ups en downs, met lachen en huilen, met leven en dood. Ik hoop dat ik er voor mijn familie kan zijn, dat ik op die manier toch iets bijdraag aan een betere wereld. En totdat de zon zich weer laat zien, kijk ik met Fay en Beau naar Sinterklaas. En geloof ik voor een keertje ook nog in deze beste man. In de onschuld en onbevangenheid van een kind. In de hoop en het geloof dat liefde voor elkaar overwint. Misschien niet vandaag, maar wel morgen en de dagen daarna.

Moeder op het schoolplein

Op het schoolplein

Op 23 juni 2015 was het feest in huize Van Eijck. Fay werd die dag 4 jaar oud. Een hele stap voor onze kleine meid. Van vrijblijvend rondscharrelen, eten, slapen en een driftbui hier en daar bij In de Wolken naar een strak stramien dat naar school gaan heet. We hadden de hele zomervakantie om haar (en mezelf) voor te bereiden op de grote dag. Iedere moeder zal dit cliché beamen, maar ik kan maar niet geloven dat dat garnaaltje van net 2400 gram nu al is uitgegroeid tot een pittige en mondige kleuter, die zichzelf aankleedt en haar eigen naam kan schrijven. Ik weet nog dat mijn moeder apetrots naast het ziekenhuiswiegje stond en me toe fluisterde te genieten van mijn kleine meisje. ‘Voor je het weet, gaat ze naar school.’ Ik lachte haar woorden weg. Dat duurt nog zó lang…

Zijn we er klaar voor?

Maar hoe dichterbij die eerste schooldag komt, des te meer ik bij mezelf een merkwaardige spanning opmerk. Ik kan ’s avonds maar moeilijk in slaap komen en op weg van werk naar huis en andersom bedenk ik me wel een miljoen keer hoe onze ochtenden er straks uit moeten zien. Of we niet nog een nieuwe broodtrommel moeten kopen en hoe ik werk zó kan combineren dat ik niet altijd die afwezige ouder ben. Ik vraag Jasper wel 30x op een dag hoe laat we voortaan ’s ochtends op moeten staan. Want hoewel hij nu de perfecte huisvader is, is het vlechten van haren nog altijd een uitdaging. En dan moet je net mij treffen: ik ben niet alleen een perfectionist op werk, maar ook thuis. Kortom: Fay met losse haren naar school is een no-go. Naast al deze praktische, en ergens onbenullige, zaken, denk ik ook vooral na over de afgelopen vier jaar. Over mijn rol als mama. Heb ik het wel goed gedaan? Is ze zelfstandig genoeg om zich nu in haar uppie tussen 27 andere kleuters te redden? Ze is pas net helemaal zindelijk, best verlegen zo af en toe en soms valt ze rond half 5 ’s middags nog in slaap. Is Fay er wel klaar voor? Of moet ik misschien zeggen: ben ík er wel klaar voor? Vind ik die eerste schooldag niet veel moeilijker dan Fay zelf? Omdat ik haar weer een beetje los moet laten, omdat de wereld nu van alles van haar verwacht en omdat vanaf nu middels CITO-toetsen officieel wordt vastgelegd of ze volgens de regeltjes functioneert of niet. Op school begint voor m’n gevoel haar reis naar volwassenheid. Verliest ze steeds een beetje meer van die mooie en ontroerende naïviteit die een klein kind zo eigen is.

Lief meisje van me, wat is de tijd snel gegaan! Vandaag naar de grote school. Ga genieten, maak vrienden, ontdek wie je bent en wat je kunt. Ben apetrots op je. Liefs, mama

Stoere dochter en een traan

En dan is het toch echt 24 augustus 2015. Na een zeer geslaagde kennismakingsochtend in juli, fietsen we met het hele gezin naar de basisschool. Fay zit met Beau in de bakfiets. Ze draagt haar nieuwe roze Frozen-shirt, dat ze gisteren zelf heeft uitgezocht. Ze vertelt Beau vol trots dat ze vandaag naar de grote school gaat. Geen spoortje angst te ontdekken. Ook als ik het schoolplein op loop met haar handje in de mijne, is zij nog altijd vrolijk. Alsof ze niet beter weet, stapt ze de klas in, geeft juf Roos een hand en gaat zitten. Ik zwaai naar haar en blijf nog even naar haar kijken van achter het raam. Ik slik. En ik slik nog eens. Ik voel een traan over mijn wang lopen. Mijn mooie dochter zit daar maar mooi stoer te wezen in groep 1/2c. Als ik haar ’s middags joelend uit de klas zie rennen en ze me in de armen vliegt vol verhalen, haal ik opgelucht adem. We hebben de eerste dag overleefd. Zij als scholier en ik als moeder op het schoolplein. Het komt wel goed. Op naar 8 hele mooie jaren op De Regenboog.

Bijna happy working mom

Sinds een paar weken werk ik als interim marketeer bij de ANWB in Den Haag. Om het gezin ’s ochtends op gang te krijgen, sta ik om stipt zes uur naast m’n bed. Hoewel we de eerste week nog iets weg hadden van die spreekwoordelijke kip zonder kop, zijn we inmiddels binnen een krappe anderhalf uur ready for take off.

Multitasking in het donker

Nu moet ik eerlijk toegeven dat ik van die anderhalf uur een half uur voor mezelf nodig heb. Een douche om die vreselijk ik-kom-uit-mijn-warme-bed-kou te verdrijven, mascara om mijn wimpers van blond naar zwart te toveren en een snelle vlecht of hete stijltang om mijn postnatale haardos te temmen. Ik sta hierdoor ruim drie kwartier eerder op dan de rest van het gezin en dus sluip ik van zes tot kwart voor zeven op m’n tenen door de slaap- en badkamer. In het donker. Omdat ik mijn man en kinderen nog even lekker wil laten slapen. Omdat ik het stiekem wel fijn vind om in stilte mijn eigen gang te gaan. Als een echte pro pak ik zonder te kijken de juiste outfit met bijpassende sieraden, ik vis op de tast mijn mascara en blusher uit mijn overvolle tas. Terwijl de stijltang opwarmt, maak ik het ontbijt. Terwijl mijn mascara droogt, kleed ik Fay aan. Ten slotte Beau uit de pyama en in de kleren en mama is klaar om te gaan.

Clown met gothic ogen en voelsprieten

In de auto werk ik mijn ontbijt weg en om kwart voor acht parkeer ik netjes de auto voor de deur van de ANWB. Nog voor achten zit deze werkende mama achter haar bureau. Ik zet m’n computer aan, haal ondertussen koffie en werp dan voor het eerst sinds het opstaan een blik in een spiegel bij daglicht. Enigszins geschokt staar ik naar een soort clown met gothic ogen en voelsprieten op het hoofd. Mijn mascara zit niet alleen op mijn wimpers, maar vooral ook daarnaast, mijn blusher is bijzonder enthousiast aangebracht en mijn haar is statisch. Driftig boen ik mijn gezicht, maak mijn haar nat en draai het in een knot. De clown is verdwenen, mijn eigen ik kijkt me in spiegelbeeld aan en ik grinnik. Ik ben bijna weer gewend aan het leven als happy working mom…maar nog niet helemaal.

Kwart voor nodig

Je hoort moeders (en vaders) wel eens zeggen dat kinderen steeds leuker worden, naar mate ze ouder worden. Dat kan ik met volle overtuiging beamen. Als baby vond ik Fay mooi en vooral heel lief, toen ze knuffeltjes in de box om zich heen verzamelde was ik heel trots en toen ze wankelend haar eerste stapjes zette, pinkte ik een traantje weg. De weg van hulpeloze baby naar een zelfstandige peuter is prachtig in al zijn facetten. Maar wat ik écht bijzonder vind is het leren praten. Met mijn diepgewortelde passie voor taal weet ik nog hoe ik als 21-jarige aandachtig luisterde naar wat mijn hoogleraar vertelde over taalverwerving en taalontwikkeling. Ik vind het bijzonder om nu, in die wetenschap, naar mijn eigen kinderen te kijken. En laat onze dochter nu een enorme kletstante zijn. Fay is nog geen drie, maar maakt nu al nette volzinnen. Ze heeft een woordenschat waar een gemiddelde kleuter u tegen zegt en vult zelf de zinnen aan als ik haar voorlees uit haar favoriete boek. Ik vind het schitterend. Vooral wanneer mevrouw op haar stoel klimt en trots dingen roept als: “Dames en heren, perfect! Allemaal meedoen!”

Raadsel
Waar ze het vandaan haalt? Geen idee. Tv, haar grote zussen, opa en oma of van de verhalen die ik haar voorlees. Of is het ‘gewoon’ talent, nieuwsgierigheid en aanleg? Hoe het ook zij, het is elke dag weer lachen, gieren, brullen. Want hoewel ze verder is dan haar leeftijdsgenootjes, is het ook hier soms raden wat Fay bedoelt. Zo vroeg ze mij gisteren na het badderen waar ‘kwart voor nodig’ was. Ik kijk haar verward aan. Ze herhaalt het nog een paar keer, totdat ik denk dat ik het begrijp: “Oh, je bedoelt ‘om kwart voor negen’?” Fay kijkt me boos aan en herhaalt nog eens dat ze niet weet waar ‘kwart voor nodig’ is. Ik pieker me suf over wie of wat dat in hemelsnaam kan zijn, maar besluit het uiteindelijk op te geven.

Kinderbijbel
Fay kijkt me beteuterd aan en probeert het nog eens bij haar vader, wannneer ze hem in de ‘gewone kamer’ (woonkamer) welterusten wenst. En dan verschijnt er opeens grote glimlach op haar gezicht. Vol trots dribbelt ze terug naar haar kamertje met onder haar arm een boek. Het is de kinderbijbel die haar broertje kreeg toen hij gedoopt werd. Ze wijst naar de kaft en dan snap ik eindelijk wie haar Kwart voor Nodig is. Ik stop haar in, veeg de lachtranen van mijn gezicht en bevestig haar vragende blik. “Ja Fay, mama leest je nog één keer voor uit ‘De Ark van Noach’…

De doop

Vandaag werd onze lieve zoon Beau gedoopt. Het thema was ‘Onderweg naar morgen’. We zijn allemaal onderweg, maar weten we eigenlijk wel waarheen? Wat zijn je doelen? Wat is het pad dat je wilt bewandelen? Het sluit aan bij het boek dat ik las in de voorbereiding op een sollicitatiegesprek. Het boek met de titel ‘The Big Five of Life’ gaat over een man met een heel duidelijke filosofie. Wat is je reden van bestaan? En wat zijn de vijf dingen die je gedaan, gevoeld, beleefd wilt hebben in je leven? Het klinkt wellicht wat zweverig, maar zelfs ik, zo nuchter als wat, vond het een echte eyeopener. Doen wat je echt wilt. Niet morgen, volgende week of volgend jaar, maar nu, vandaag. Het leven is te kort om je bezig te houden met dingen waar je niet gelukkig van wordt. Ik hoop dat ik het mijn twee kinderen mee kan geven in hun weg naar morgen.

Speciaal voor jou, mijn liefste Beau, schreef mama dit gedicht ter ere van jouw doop vandaag. Dat je je doop later zult verstaan en dat je mag opgroeien in liefde en gezondheid. We houden van je.

Lieve zoon, ik kan soms huilen om jou.
Om jouw onschuld in de chaos van mijn leven.
Om jouw glimlach naar een wereld, die soms de mijne niet is.
Beiden onderweg naar morgen.
Voor jou een nog zorgeloze tocht,
Voor mij een soms loodzware reis op zoek naar jouw geluk.
Maar een ding hebben wij gemeen:
Een God die van je houdt, Zijn armen om je heen,
Een vangnet als je valt.
Met jouw doop vandaag nooit meer alleen.
Je bent ons kind, je bent Zijn kind.
Samen sterk, samen één.

Liefs,

Papa en mama

Brandweerslang(etje)

Tot voor kort werd ons huis(houden) gedomineerd door een harem aan dames. Mijn lief heeft twee dochters uit een eerder huwelijk en in de zomer van 2011 kwam daar onze eigen prinses bij. “Ik voel me net Robert ten Brink”, riep hij uit toen ons wonder ter wereld kwam. Roze duplo, One Direction, K3 en babypoppen zijn dagelijkse kost, van voetbal, ravotten en overhemden is hier geen sprake.

Mannelijk evenwicht
En hoe leuk de drie dames ook zijn, we hoopten heel stiekem op wat mannelijk evenwicht toen in februari die twee mooie streepjes op de zwangerschapstest verschenen. Ondanks onze nieuwsgierigheid, besloten we wederom het geslacht niet te willen weten. Dat leverde in de familie de nodige weddenschappen op. De verwachtingen waren fifty-fifty. Samen bespraken we de ‘consequenties’ wanneer het een knul bleek te zijn. Een volledig nieuwe garderobe, nog meer speelgoed, maar dan in de vorm van auto’s, treinen en vliegtuigen en drie zussen die over hem zouden moederen.

Plaspraktijken
En dat voorbereiden op een tweede man in huis bleek niet voor niets, toen op precies de uitgerekende datum onze prachtige, stoere zoon Beau werd geboren. Apetrots en dolgelukkig met ons koningskoppel begon een nieuw hoofdstuk in ons gezinsleven. Want niet alleen Fay moest wennen aan een nieuw kindje in huis, ook wij kwamen voor de nodige verrassingen te staan. De schade die het kleine brandweerslangetje tussen zijn beentjes kan aanrichten, was er daar een van. Kon ik mijn dochter binnen een paar weken gemakkelijk met een hand verschonen, terwijl ik met de andere even snel een rompertje uit de la trok, dat gaat met Beau toch anders. ‘Even verschonen’ gaat bij een knul niet op, zijn we inmiddels achter. De bank, ons bed, het aankleedkussen, de schone badcape en mijn nieuwe trui…Beau en zijn plaspraktijken zorgen de afgelopen drie weken voor de nodige hilariteit en schoonmaakhysterie in huize Van Eijck. Zodra hij stil is tijdens het verschonen, weten we inmiddels hoe laat het is. En als hij eenmaal zijn blaas leegt, is dat in de wijde omtrek te zien en te voelen.

Dankbaar
Alleen een handdoek binnen handbereik kan deze brandslang temmen, de wasmachine is voorlopig onze beste vriend. Maar ondanks dat kleine, onvoorspelbare piemeltje, zijn we bijzonder blij, trots en dankbaar. Voor dit mannetje, kerngezond, met alles erop en eraan. Eindelijk een jochie waar papa mee kan voetballen. Daar kan geen brandslang tegenop. En in de tussentijd blijven we hoopvol luiers verschonen. Oefening baart hopelijk kunst…

 

Bij mama in bed (of niet)

Je hebt soms van die mama-onderwerpen die moeilijk bespreekbaar blijven. Bij papa en mama in bed slapen is er in mijn vriendenkring zo eentje. Je hebt moeders die erbij zweren, je hebt er die de kriebels krijgen bij het idee alleen en de overige groep heeft er eigenlijk nooit zo bij nagedacht. Ikzelf hoor bij die tweede groep, de ex van mijn man bij de eerste. Je begrijpt ons dilemma.

Internet-mama’s
Via internet leerde ik tijdens mijn zwangerschap zeven fantastische mama’s kennen. Op zo’n nutteloos forum waarop we in volledige anonimiteit alles bespraken. Ik bedoel álles. Van aambeien tot striae, van de eerste schopjes tot je buikomvang in centimeters en poepen tijdens je bevalling (ja, echt). Ook nadat onze kindjes allemaal gezond en wel geboren waren, bleven we contact houden. Eerst via Hyves, toen via Facebook en inmiddels delen we dagelijks onze foto’s, video’s en andere mama-ervaringen via Whatsapp. En ja: Ook daar ontstaat menig discussie over wat wel en niet goed is voor je kind. Altijd voorzichtig en met respect, maar we zitten zeer zeker niet altijd op één lijn.

Ons bed is van ons
Dat slapen bij de ouders in bed is er daar één van. Ik zeg het eerlijk: Ik vind Fay de liefste, maar ons bed is van ons. Als ze ziek is of een nachtmerrie heeft, leg ik haar liefdevol tegen mijn steeds ronder wordende buik, maar zodra ze slaapt, voer ik haar toch het liefst af naar haar knalgroene kamertje naast ons. Ik slaap anders niet alleen slecht, ik vind het ook belangrijk voor haar zelfstandigheid. En hoewel ik soms echt wel kan genieten van het zachte gesnurk naast me, moet ik er echt niet aan denken dat ze straks, als ze 12 wordt (want daar hebben we het in het geval van mijn stiefdochter over), nog tegen me aankruipt ’s nachts. Ik vind het onnatuurlijk en ongezond en vind het niets met wel of geen liefde geven te maken hebben.

Strijd der titanen
En dan was er vorige week de wel-of-niet-bij-mama-in-bed-botsing tussen mij en een van mijn lieve Whatsapp-vriendinnen. Ik was chagerijnig, zij had keihard gewerkt. We spraken onze frustratie niet uit, maar de ijzige sfeer was, zelfs op mijn iPhone, duidelijk merkbaar. Iedere nacht kruipt haar meisje bij haar in bed en ze vinden het beiden heerlijk. Hoewel ik het echt niks vind en de context waarin de discussie ontstond iets ingewikkelder lag dan wel of niet bij mama in bed, ging ik er wel over nadenken. Want zit de zelfstandigheid van je kind nou echt (alleen) in dat eigen bedje? En waarom raakt het ons beiden zo diep dat we als een echte mama-leeuw onze nagels uitzetten en in de aanvalshouding gaan zitten?

Het beste voor je kind
Om 00:35 uur krijg ik een privéberichtje van haar. Dat ze zich ten onrechte aangevallen voelde en misschien wat bot reageerde. Ik reageer dat ik exact hetzelfde voel en denk. Als echte vrouwen vallen we elkaar elektronisch in de armen en zeggen we snikkend ‘het spijt me’. Ik kijk nog even bij Fay, die heerlijk ligt te snorren in haar ledikant. Ik doe het zo. Zij doet het anders. En onze kinderen? De knapste en gelukkigste op deze aardbol. Want waar je kind ook slaapt, uiteindelijk zijn we wijze vrouwen: We willen het beste voor ons kind. Is en blijft dat niet de belangrijkste basis voor ons kroost?

 

Loslopende leeuwen en konijnen

Fay heeft het helemaal te pakken. Als een echte wereldreiziger ontdekt ze de wereld om haar heen. Ze wil pertinent niet meer in de buggy, speelt het liefst de hele dag buiten en vraagt of ze mag helpen met tafel dekken, koken en andere volwassen klusjes. Ze plukt bloemetjes op het grasveldje naast de speeltuin en roept vrolijk gedag tegen de voorbij waggelende eendjes. De duiven voor de dierenwinkel op de hoek wil ze het liefst knuffelen en vorige week bekeek ze heel aandachtig een lieveheersbeestje. Het moge duidelijk zijn: Fay is dol op dieren. En ze kent er al best veel, zo bleek toen we voor een bekend buggy-merk een dierenjacht door de wijk moesten doen. Koeien, schapen, vogels, poezen en honden, Fay kent haar klassiekers.

Of toch niet helemaal? Als we naar oma fietsen, krijg ik bijna ruzie met mijn dochter. Dat gevlekte paard in de wei is “niette paard, mama”. Het is volgens haar een koe. Ik probeer tevergeefs mijn gelijk te halen. Opeens schiet ik in de lach en denk aan een zelfde soort, maar nog veel lachwekkendere situatie vorige week. Op weg naar de speeltuin zien we een vrouw haar hondje uitlaten. Zo’n chihuahua. Klein, wit, korte pootjes. Geen kleertjes aan gelukkig. Fay trekt verrukt aan mijn jas: “Mama, een konijn!” De vrouw van de hond draait zich abrupt om en werpt Fay een niet te versmaden blik van ergenis. Ik bijt op mijn lip om niet in lachen uit te barsten. Ik trek een soort sorry-ze-is-nog-geen-twee-gezicht en leg Fay als een verantwoordelijke moeder uit dat het geen konijn is, maar een hond. Fay wil er niks van weten.

Als we vandaag voor de brug staan te wachten tijdens ons wandelingetje Overschie, staat daar een keurige man met een reusachtige hond, een Chow Chow met bruin-blonde vacht. “Mama, mama, een leeuw!” Ik heb geleerd van mijn betweterigheid en zeg braaf: “Ja, mooi he?” De man in kwestie hoort haar niet, maar ik vermoed dat hij dit, in tegenstelling tot de chihuahua-mevrouw, best een compliment vindt voor zijn trouwe viervoeter. Ik geef Fay de dierenkenner een kus op haar blonde haar en denk aan een citaat dat ik pas op Facebook zag: “Sometimes you need to talk to a two year old just so you can understand the world around us again.” En zo is het maar net en kun je op klaarlichte dag in Overschie, Rotterdam zomaar loslopende konijnen en leeuwen tegenkomen…Je bent gewaarschuwd!

Huis-, tuin- en keukeneend

Fay heeft deze week huiswerk. Van Quinny. Ze moet op dierenjacht. ‘Ontmoet een echt dier’, was deze week namelijk de uitdaging. Als je in Fay haar bed kijkt, is dat een makkie. Elke nacht wordt mevrouw vergezeld door Muis, Beer, Nijntje én Lala (ja, een Teletubbie tellen wij ook als dier). Er lopen thuis drie katten rond, oma heeft een hond en we fietsen met regelmaat langs de kinderboerderij in het Beatrixpark (Schiedam). Ze is aandoenlijk als ze met de beestjes bezig is. Als we thuiskomen, gaat ze op zoek naar Timon, Pumba én Moppie om ze netjes gedag te zeggen. Ze aait, ze knuffelt en geeft ze een standje (inclusief vinger) wanneer onze twee katers lelijk naar elkaar uithalen. Op de kinderboerderij voert ze, zonder angsten, de geitjes en ‘sjapen’ en roept ze vrolijk gedag tegen het ‘kippetje’.

We kunnen ons er Quinny-wise dus makkelijk van afmaken deze week. Fay kent al genoeg leuke dieren! Maar zoals het een goede moeder betaamt, ga ik uiteraard met haar op zoek naar nieuwe dierenvriendjes. Als ik ‘s avonds naar de opvang rijd om mijn meisje op te halen, zie ik onze nieuwe buurtbewoners. Sinds een maand of twee paraderen er twee prachtig grote ooievaars over het veldje, waar over twee weken de bouw van een nieuwe woonwijk start. Parmantig lopen ze met hun lange poten door het gras, niet gehinderd door het voorbij razende verkeer. Terwijl ik me verwonder over deze mooie vogels, besef ik me dat dit wel wat voor Fay is! Deze twee kent ze nog niet en ik besluit om dit echtpaar morgen met haar kennis te laten maken.

Als ik vanmorgen de gordijnen open schuif, ben ik blij verrast door de heerlijke lentezon. Fay staat te springen om naar buiten te gaan. We pakken de Quinny Zapp Xtra en wandelen al zingend langs de Schie, op weg naar meneer en mevrouw Ooievaar. Wat een teleurstelling als we bij het veldje aankomen. De twee zwart-witjes zijn nergens te bekennen! Fay kijkt een beetje beteuterd als ik haar uitleg dat de ooievaars weg zijn en dat ik niet weet of ze nog terug komen. Totdat ze aan de waterkant drie eendjes ziet zwemmen. Je weet wel, zo’n witte met oranje snavel en twee blauw-groene met een bruin gekleurde bek. In mijn beleving huis-, tuin- en keukeneenden. Niets bijzonders.

Maar daar denkt Fay heel anders over. Ze klimt met mijn toestemming uit de buggy en roept of de eendjes ‘even komen’. Ik sta verbaasd als de eendjes als op commando het water uit waggelen. Fay zakt door haar knietjes en vraagt of ze ‘lekker gingen zwemmen’? De eendjes kwaken enthousiast en blijven bij de buggy hangen. Fay kletst nog wat in een taal die ik niet versta en zegt dan trots: “Mama, eendjes kwak kwak! Eendjes leuk!”

Dan valt haar oog op de glijbaan aan de overkant en is het gedaan met de eendenpret. Ze vliegt opeens de, gelukkig lege, straat over en ik ren er met een lege Zapp achteraan. Als ze boven op de glijbaan zit, gaat ze nog even staan en schreeuwt naar haar nieuwe dierenvriendjes:  ”Fay even peejen. Doei eendje. Fay peeltuin. Eendje lekker zwemmen.” Ik lach om mijn slimme kletsmajoor en plof neer op het bankje in de zon. Hoezo, geen geslaagde dierenjacht?