Persoonlijke ontwikkeling

Gewoontedier

Op het werk is er onlangs nogal wat veranderd. Twee afdelingen zijn samengevoegd. Iedereen behoudt zijn baan, maar we gaan voortaan verder als één. Verandering. Het is interessant om te zien wat dat in mensen losmaakt. De een staat te springen, dorstig naar vernieuwing. De ander springt in de blinde paniek-modus, want alles wordt anders en het was toch goed zoals het was.

Met migraine in bed

Nu hoor ik zelf van nature helaas toch een beetje tot de laatste groep, met dien verstande dat ik écht wel weet dat met stilstaan nog nooit iemand de oorlog heeft gewonnen. Dus probeerde ik mezelf vanaf dag 1 te overtuigen dat het allemaal wel goed zou komen. Dat het ook heel veel nieuwe kansen biedt. En ik moet zeggen dat ik daar best enthousiast van werd. Maar toen we eenmaal de kick-off sessie in december hadden en ik aan het einde van de dag met migraine in bed stapte, werd het pijnlijk duidelijk dat mijn hoofd (en lijf) heftig reageerde op die nieuwe samenstelling van mensen.

Onwennig

Inmiddels zijn we precies een maand verder. En nee, ik ben nog niet helemaal waar ik wezen moet. Een verstikkende bewijsdrang maakt zich, net als in het begin van mijn loopbaan, van mij meester. Een rare kronkel, want ik deed en doe mijn werk nog steeds zoals altijd: goed, vol energie vooruit en met een kritische blik. En dat wordt gewaardeerd. Ook dat weet ik. Maar toch voelt het nog een beetje als de eerste weken in ons nieuwe huis: het is geen thuis. Alles is wat onwennig, je herkent niet alle geluiden en je moet even aftasten welk burenvlees je in de kuip hebt.

Bijna thuis

Maar om de vergelijking met dat nieuwe huis maar even door te trekken: ruim drie maanden na de verhuizing ben ik zo blij als een aap. Toen we er net in zaten, zei ik angstig tegen manlief: is dit nu echt het huis waar we oud willen worden? We hingen nog wat foto’s op, bestelden een maand later gordijnen en inmiddels ligt er een groen kleed in de zithoek. Kortom: we hebben onze nieuwe routine in dit grotemensenhuis gevonden. En dus kijk ik nu naar mezelf op kantoor. Met een beetje schaven, kneden en bewegen komt dit gewoontedier vast snel weer thuis…

Geloof in de liefde

Je weet niet hoe sterk je bent, tot het moment dat sterk zijn de enige keuze is die je hebt.

Deze week was in één woord droevig. Mijn tante verloor de strijd in een ongelijk gevecht tegen kanker. Vorige weken huilden we omdat er een levensverwachting van enkele weken werd uitgesproken. Vandaag zit ik op de bank, mijn laptop op schoot, donker buiten en de laatste toespraak van mijn vader voor zijn zus voor me op het scherm. Of ik er nog even naar wilde kijken…Ze overleed in de nacht van woensdag op donderdag op 62-jarige leeftijd.

In de dagen die volgen, zijn we veel bij mijn ouders thuis en ga ik met mijn moeder bij mijn oma op bezoek. Die op 92-jarige leeftijd haar dochter moet loslaten. En hoewel onze band niet altijd even sterk is geweest, we als familie ook onze dalen hebben gekend, breekt mijn moederhart als nooit tevoren. Ze staart naar de rouwkaart en huilt zonder tranen. Op de tafel staat het geboortekaartje van mijn achternichtje die zondag is geboren. Leven en dood stonden nog nooit zo dicht bij elkaar. Als op vrijdagnacht de hel losbreekt in Parijs, lig ik de uren die volgen hopeloos, verdrietig, in de war en zwetend in bed. Om het verdriet van mijn familie, maar ook om het verdriet van de wereld.

Fay is ziek en ligt tussen ons in. Ik kruip tegen haar koortsige lijfje aan en houd haar stevig vast en in de stilte van de nacht stromen de tranen over mijn wangen. Hoe leer ik mijn kinderen te houden van een wereld die soms zo slecht, lelijk, donker en oneerlijk is? Te genieten van het leven, dat soms zo pijnlijk en intens verdrietig verloopt? Het is zo’n nacht dat alles door mijn hoofd spookt, een waarin ik alleen maar verlang naar het licht en de zon. Want hoe hard ik ook probeer aan de leuke dingen te denken, het blijft die uren gitzwart. Buiten en in m’n hoofd en hart.

Ik zet de laatste woorden van mijn vader aan zijn zus op papier en sluit mijn ogen. Buiten is het lichter dan vannacht, maar nog te donker voor plezier, blijheid en geluk. En zo gaat het leven. Met ups en downs, met lachen en huilen, met leven en dood. Ik hoop dat ik er voor mijn familie kan zijn, dat ik op die manier toch iets bijdraag aan een betere wereld. En totdat de zon zich weer laat zien, kijk ik met Fay en Beau naar Sinterklaas. En geloof ik voor een keertje ook nog in deze beste man. In de onschuld en onbevangenheid van een kind. In de hoop en het geloof dat liefde voor elkaar overwint. Misschien niet vandaag, maar wel morgen en de dagen daarna.

Is jouw glas half leeg?

Half vol of half leeg?

De allergie van de een is de kwaliteit van de ander…

Focus op missers of genieten van successen?

Ik ben er zo een. Iemand waarbij het glas vaker half leeg is dan half vol. Op mijn werk bij de ANWB loop ik daar nog al eens tegenaan. Zoals vandaag bijvoorbeeld. De details zal ik je besparen, maar ik focus op dat soort momenten op de missers in plaats van op de successen. Jasper volgt sinds kort een coachingstraject. En hij kwam maandag thuis met deze stelling: ‘de allergie van de een is de kwaliteit van de ander’. Da’s even een doordenkertje. Want wat betekent dat dan voor mijn lege glazen? Wat is de kwaliteit van ’s avonds piekeren op de bank over al de dingen die beter konden in plaats van heerlijk ontspannen genieten van alles wat je vandaag hebt bereikt of af hebt gekregen? Naast dat het bijzonder vervelend is voor je omgeving en dodelijk vermoeiend is voor jezelf, ligt er volgens deze theorie toch iets positiefs aan ten grondslag. Het duurde even om dat in te zien, maar het is realisme, geloof ik.

Een half leeg glas kan óók fijn zijn

Ik zie wat beter kan, durf openlijk toe te geven dat er nog veel te winnen valt. De uitdaging is alleen om dat te blijven afzetten tegen de successen. Om ergens in het midden uit te komen. Iets wat, en daar is de open deur, realistisch is. Voor Jasper geldt dat juist andersom. Zijn glas lijkt soms zo vol dat hij in plaats van positief neigt naar naïviteit. Iets waar ik als realist soms heftig op reageer. Zet ons bij elkaar en je kunt veel van elkaar leren (en je maakt een goed team): ik neem wat van zijn positiviteit en kom van mijn pessimisme weer terug in het realisme. En andersom. Hij neemt wat van mijn realisme en komt weer terug bij zijn kwaliteit. Terugkijkend op vier hele heftige jaren, is dit misschien wel waarom we de sterkste stormen hebben doorstaan. Omdat we elkaar aanvullen waar we zelf tekort schieten en omdat we samen sterker zijn dan de som der delen. Omdat we samen een glas vullen. Tot de rand toe gevuld.

Het Kwaliteitenspel

Vond je de stelling van Jasper interessant en leuk om over na te denken? Kijk dan eens naar ‘Het Kwaliteitenspel’ van P. Gerrickens. Het spel bestaat uit 140 kaarten met daarop karaktereigenschappen. Op de ene helft staan woorden die kwaliteiten aanduiden, bv. betrouwbaar, flexibel. Op de andere helft staan woorden die vervormingen (of valkuilen) aanduiden, bv. arrogant, chaotisch. Zo leer je elkaar kennen, maar ook hoe mensen jou zien en wat je struikelblokken en sterke kanten zijn. Je kunt het onder andere bestellen bij Bol.com (27,95).

Keuzes maken

Sommige dingen weet ik heel zeker. Dat ik werken belangrijk vind en dat ik houd van zekerheid bijvoorbeeld. Maar ik ben ook een een enorme twijfelaar. Zo erg dat het me soms in de weg staat. En dat beet me tijdens mijn zoektocht naar werk lelijk in mijn kont. Tot twee weken geleden leek het maar niet te lukken om van sollicitatiebrief naar sollicitatiegesprek te komen. Ik stuurde soms wel vijf brieven per week waar een afwijzende of helemaal geen reactie op kwam. Na een creatieve slinger aan mijn cv te hebben gegeven en van tevoren alvast persoonlijk contact te zoeken met de mogelijke werkgever leek het tij eind december te keren. Ik scoorde opeens vier gesprekken tegelijk. Een tijdelijke rol met redelijke vergoeding, een vaste rol voor slechts twee dagen, een vaste rol en echt mijn droombaan en een open sollicitatie via een bekende.

Blij met deze kansen in het vooruitzicht ging ik op gesprek bij de tijdelijke rol en maakte ik een pittige, maar uitdagende competentie- en intelligentietest. Het eerste gesprek is meteen raak. Ik kan bij de ANWB aan de slag in een rol die me ontzettend leuk lijkt. Voor vier maanden. Dat betekent vier maanden schrijven en mezelf ontwikkelen, vier maanden inkomen, vier maanden geen eindjes aan elkaar knopen en voorlopig niet hoeven aanhikken tegen de bijstand (want ja, in dat stadium bevonden wij ons). Maar zo blij als ik ben als Yvonne van USG me met het positieve bericht belt, zo erg slaan de twijfels toe als ik ophang. Wat doe ik met de andere gesprekken? Is deze tijdelijke rol wel de beste keuze? Voor m’n carrière, voor m’n gezin, voor mijn twee lieve kinderen die al zoveel hebben moeten inleveren. Ik blijf twijfelen tot ik er letterlijk ziek van wordt en de open sollicitatie moet afbellen. Ik probeer mezelf via een onhandige blog te overtuigen dat ik de beste keuze maak, met de droombaan en open sollicitatie nog altijd in mijn achterhoofd. Ik houd de twijfels voor mezelf. Totdat ik te laat ben. Totdat ik mijn gesprekspartners voor niets naar Rotterdam laat komen, totdat ik een goede bekende en haar vriend laat zitten door niet terug te bellen voor een nieuwe gespreksdatum.

Al maanden op zoek naar kansen en ze dan zo verspelen door de twijfels. Ik kan mezelf wel voor m’n kop slaan. Stom. Niet professioneel. Onhandig. Confronterend. In de hoop dat de personen in kwestie mijn excuses aanvaarden, heb ik mijn lesjes wel geleerd: Een keuze is altijd beter dan géén keuze. Je twijfels op tafel leggen is beter dan ze binnen houden. En eenmaal je keuze gemaakt? Ervoor gaan en op jezelf vertrouwen.

Netwerken: Als het niet je tweede natuur is

Toen ik in februari mijn baan verloor nadat ik twee dagen ervoor een positieve zwangerschapstest deed, brak voor mij een stormachtige periode aan. Als een bezetene stuurde ik de ene na de andere sollicitatiebrief, mijn Twitter-account vulde zich met een ontelbaar aantal job-accounts en met volle aandacht las ik artikelen over de do’s en don’ts tijdens je zoektocht naar een nieuwe uitdaging. En een woord kwam steeds terug: Netwerken. Zo las ik ergens dat 70% van de actief werkzoekenden een baan vond in, jawel, zijn eigen netwerk.

Dat zette me aan het denken. Want hoe groot was mijn eigen netwerk? Op wat studenten uit mijn studietijd en een aantal ex-collega’s na bestond mijn LinkedIn-netwerk toch voornamelijk uit vrienden en familie. Echt relevante contacten op weg naar een nieuwe functie op het gebied van communicatie had ik niet. Er was dus werk aan de winkel. Uitbreiden, dat netwerk!

En daar was meteen mijn struikelblok. Netwerken is niet mijn tweede natuur. Ik ben niet de spreekwoordelijke kletsmajoor, leg niet zo heel gemakkelijk contact met onbekende mensen. Ik voel me al bezwaard wanneer ik zomaar willekeurig contact leg met een recruiter op LinkedIn. Gedurende de zwangerschap bleef dat netwerken als een donkere wolk boven mijn hoofd hangen. Waar ik moest beginnen, ik wist het oprecht niet.

Tot na de bevalling en ik een oproep zag op Twitter. Het cv-meisje vroeg bloggers voor RotterdamenWerk.nl. Dát paste in mijn persoonlijke netwerk-straatje! Schrijven kan ik als de beste. Daar kan en wil ik me in onderscheiden. Na twee tweets, een motivatiebrief én een gesprek met de enthousiaste oprichter van dit platform, Martijn aan de Wiel, was ik twee contacten en een podium voor mijn schrijftalent rijker.

Het feit dat ik nu de kersverse blogger ben voor RotterdamenWerk.nl en ik daarmee in een voor mij heel nieuw netwerk terecht kom, leerde me dat je je eigen draai moet geven aan de gouden tips om werk te vinden. Zorg dat wat je doet bij je past, dat je jezelf kunt blijven en dat je je er goed bij voelt. Dan gaat zoiets als netwerken vanzelf. Zelfs als het niet je tweede natuur is…

Deze post verscheen eerder op RotterdamenWerk.nl.