Bijna happy working mom

Sinds een paar weken werk ik als interim marketeer bij de ANWB in Den Haag. Om het gezin ’s ochtends op gang te krijgen, sta ik om stipt zes uur naast m’n bed. Hoewel we de eerste week nog iets weg hadden van die spreekwoordelijke kip zonder kop, zijn we inmiddels binnen een krappe anderhalf uur ready for take off.

Multitasking in het donker

Nu moet ik eerlijk toegeven dat ik van die anderhalf uur een half uur voor mezelf nodig heb. Een douche om die vreselijk ik-kom-uit-mijn-warme-bed-kou te verdrijven, mascara om mijn wimpers van blond naar zwart te toveren en een snelle vlecht of hete stijltang om mijn postnatale haardos te temmen. Ik sta hierdoor ruim drie kwartier eerder op dan de rest van het gezin en dus sluip ik van zes tot kwart voor zeven op m’n tenen door de slaap- en badkamer. In het donker. Omdat ik mijn man en kinderen nog even lekker wil laten slapen. Omdat ik het stiekem wel fijn vind om in stilte mijn eigen gang te gaan. Als een echte pro pak ik zonder te kijken de juiste outfit met bijpassende sieraden, ik vis op de tast mijn mascara en blusher uit mijn overvolle tas. Terwijl de stijltang opwarmt, maak ik het ontbijt. Terwijl mijn mascara droogt, kleed ik Fay aan. Ten slotte Beau uit de pyama en in de kleren en mama is klaar om te gaan.

Clown met gothic ogen en voelsprieten

In de auto werk ik mijn ontbijt weg en om kwart voor acht parkeer ik netjes de auto voor de deur van de ANWB. Nog voor achten zit deze werkende mama achter haar bureau. Ik zet m’n computer aan, haal ondertussen koffie en werp dan voor het eerst sinds het opstaan een blik in een spiegel bij daglicht. Enigszins geschokt staar ik naar een soort clown met gothic ogen en voelsprieten op het hoofd. Mijn mascara zit niet alleen op mijn wimpers, maar vooral ook daarnaast, mijn blusher is bijzonder enthousiast aangebracht en mijn haar is statisch. Driftig boen ik mijn gezicht, maak mijn haar nat en draai het in een knot. De clown is verdwenen, mijn eigen ik kijkt me in spiegelbeeld aan en ik grinnik. Ik ben bijna weer gewend aan het leven als happy working mom…maar nog niet helemaal.

Keuzes maken

Sommige dingen weet ik heel zeker. Dat ik werken belangrijk vind en dat ik houd van zekerheid bijvoorbeeld. Maar ik ben ook een een enorme twijfelaar. Zo erg dat het me soms in de weg staat. En dat beet me tijdens mijn zoektocht naar werk lelijk in mijn kont. Tot twee weken geleden leek het maar niet te lukken om van sollicitatiebrief naar sollicitatiegesprek te komen. Ik stuurde soms wel vijf brieven per week waar een afwijzende of helemaal geen reactie op kwam. Na een creatieve slinger aan mijn cv te hebben gegeven en van tevoren alvast persoonlijk contact te zoeken met de mogelijke werkgever leek het tij eind december te keren. Ik scoorde opeens vier gesprekken tegelijk. Een tijdelijke rol met redelijke vergoeding, een vaste rol voor slechts twee dagen, een vaste rol en echt mijn droombaan en een open sollicitatie via een bekende.

Blij met deze kansen in het vooruitzicht ging ik op gesprek bij de tijdelijke rol en maakte ik een pittige, maar uitdagende competentie- en intelligentietest. Het eerste gesprek is meteen raak. Ik kan bij de ANWB aan de slag in een rol die me ontzettend leuk lijkt. Voor vier maanden. Dat betekent vier maanden schrijven en mezelf ontwikkelen, vier maanden inkomen, vier maanden geen eindjes aan elkaar knopen en voorlopig niet hoeven aanhikken tegen de bijstand (want ja, in dat stadium bevonden wij ons). Maar zo blij als ik ben als Yvonne van USG me met het positieve bericht belt, zo erg slaan de twijfels toe als ik ophang. Wat doe ik met de andere gesprekken? Is deze tijdelijke rol wel de beste keuze? Voor m’n carrière, voor m’n gezin, voor mijn twee lieve kinderen die al zoveel hebben moeten inleveren. Ik blijf twijfelen tot ik er letterlijk ziek van wordt en de open sollicitatie moet afbellen. Ik probeer mezelf via een onhandige blog te overtuigen dat ik de beste keuze maak, met de droombaan en open sollicitatie nog altijd in mijn achterhoofd. Ik houd de twijfels voor mezelf. Totdat ik te laat ben. Totdat ik mijn gesprekspartners voor niets naar Rotterdam laat komen, totdat ik een goede bekende en haar vriend laat zitten door niet terug te bellen voor een nieuwe gespreksdatum.

Al maanden op zoek naar kansen en ze dan zo verspelen door de twijfels. Ik kan mezelf wel voor m’n kop slaan. Stom. Niet professioneel. Onhandig. Confronterend. In de hoop dat de personen in kwestie mijn excuses aanvaarden, heb ik mijn lesjes wel geleerd: Een keuze is altijd beter dan géén keuze. Je twijfels op tafel leggen is beter dan ze binnen houden. En eenmaal je keuze gemaakt? Ervoor gaan en op jezelf vertrouwen.

Onder de panne(n)

In februari van het afgelopen jaar verloor ik met zeven weken zwangerschap mijn baan. Het inmiddels failliete bedrijf waar ik werkzaam was vond Communicatie niet langer nodig en zo stond ik misselijk en wel op straat. In de maanden die volgden werd mijn buik steeds dikker en mijn kans op een baan steeds kleiner. Nu is solliciteren in deze tijden van crisis al een uitdaging, maar met een kindje op komst leek het bijna onmogelijk. Ik gaf het even op en kluste wat bij als freelancer tot aan mijn verlof.

Toen op 10 oktober onze prachtige zoon Beau ter wereld kwam, was ik vastbesloten mijn zoektocht naar een opdracht of vaste baan weer op te pakken. Van Triodus tot Exact, van de Gemeente Rotterdam tot aan TUI, het was me het reisje wel. En hoewel ik echt wel weet waar ik goed in ben, wat ik wil en wat ik kan, kreeg mijn zelfvertrouwen na al die afwijzingen steeds weer een nieuw deukje. De zorgen om onze twee kleintjes groeiden met de dag. Tel dat op bij de gebroken nachten en de hormonen die nog door mijn lichaam gierden en ik was soms de wanhoop nabij.

Tot de laatste zaterdag van 2013. Er is niets op tv, de kinderen slapen, mijn man speelt een computerspelletje. Ietwat verveeld open ik Facebook, Twitter en als laatste LinkedIn en lees de laatste updates. Ik zie een oproepje van een recruiter die een interim klus heeft voor een online specialist met een scherpe pen. Na wat heen en weer mailen ligt mijn cv en motivatie de volgende dag bij de klant. De vrijdag erna mag ik op gesprek en ik ben nog niet thuis of daar is het verlossende antwoord: Chantal is vanaf februari weer onder de pannen. Voor mensen met panne. Aan hun auto, fiets of motor. Over drie weken start ik voor vier maanden als E-business Medewerker bij de ANWB. Een leuke organisatie, een fantastische rol met schrijven als belangrijkste verantwoordelijkheid. Zo zie je maar: Hoe frustrerend je banenjacht ook kan zijn, de aanhouder wint! Op naar een nieuw jaar, op naar de volgende stap in mijn carrière.

Kwart voor nodig

Je hoort moeders (en vaders) wel eens zeggen dat kinderen steeds leuker worden, naar mate ze ouder worden. Dat kan ik met volle overtuiging beamen. Als baby vond ik Fay mooi en vooral heel lief, toen ze knuffeltjes in de box om zich heen verzamelde was ik heel trots en toen ze wankelend haar eerste stapjes zette, pinkte ik een traantje weg. De weg van hulpeloze baby naar een zelfstandige peuter is prachtig in al zijn facetten. Maar wat ik écht bijzonder vind is het leren praten. Met mijn diepgewortelde passie voor taal weet ik nog hoe ik als 21-jarige aandachtig luisterde naar wat mijn hoogleraar vertelde over taalverwerving en taalontwikkeling. Ik vind het bijzonder om nu, in die wetenschap, naar mijn eigen kinderen te kijken. En laat onze dochter nu een enorme kletstante zijn. Fay is nog geen drie, maar maakt nu al nette volzinnen. Ze heeft een woordenschat waar een gemiddelde kleuter u tegen zegt en vult zelf de zinnen aan als ik haar voorlees uit haar favoriete boek. Ik vind het schitterend. Vooral wanneer mevrouw op haar stoel klimt en trots dingen roept als: “Dames en heren, perfect! Allemaal meedoen!”

Raadsel
Waar ze het vandaan haalt? Geen idee. Tv, haar grote zussen, opa en oma of van de verhalen die ik haar voorlees. Of is het ‘gewoon’ talent, nieuwsgierigheid en aanleg? Hoe het ook zij, het is elke dag weer lachen, gieren, brullen. Want hoewel ze verder is dan haar leeftijdsgenootjes, is het ook hier soms raden wat Fay bedoelt. Zo vroeg ze mij gisteren na het badderen waar ‘kwart voor nodig’ was. Ik kijk haar verward aan. Ze herhaalt het nog een paar keer, totdat ik denk dat ik het begrijp: “Oh, je bedoelt ‘om kwart voor negen’?” Fay kijkt me boos aan en herhaalt nog eens dat ze niet weet waar ‘kwart voor nodig’ is. Ik pieker me suf over wie of wat dat in hemelsnaam kan zijn, maar besluit het uiteindelijk op te geven.

Kinderbijbel
Fay kijkt me beteuterd aan en probeert het nog eens bij haar vader, wannneer ze hem in de ‘gewone kamer’ (woonkamer) welterusten wenst. En dan verschijnt er opeens grote glimlach op haar gezicht. Vol trots dribbelt ze terug naar haar kamertje met onder haar arm een boek. Het is de kinderbijbel die haar broertje kreeg toen hij gedoopt werd. Ze wijst naar de kaft en dan snap ik eindelijk wie haar Kwart voor Nodig is. Ik stop haar in, veeg de lachtranen van mijn gezicht en bevestig haar vragende blik. “Ja Fay, mama leest je nog één keer voor uit ‘De Ark van Noach’…

De doop

Vandaag werd onze lieve zoon Beau gedoopt. Het thema was ‘Onderweg naar morgen’. We zijn allemaal onderweg, maar weten we eigenlijk wel waarheen? Wat zijn je doelen? Wat is het pad dat je wilt bewandelen? Het sluit aan bij het boek dat ik las in de voorbereiding op een sollicitatiegesprek. Het boek met de titel ‘The Big Five of Life’ gaat over een man met een heel duidelijke filosofie. Wat is je reden van bestaan? En wat zijn de vijf dingen die je gedaan, gevoeld, beleefd wilt hebben in je leven? Het klinkt wellicht wat zweverig, maar zelfs ik, zo nuchter als wat, vond het een echte eyeopener. Doen wat je echt wilt. Niet morgen, volgende week of volgend jaar, maar nu, vandaag. Het leven is te kort om je bezig te houden met dingen waar je niet gelukkig van wordt. Ik hoop dat ik het mijn twee kinderen mee kan geven in hun weg naar morgen.

Speciaal voor jou, mijn liefste Beau, schreef mama dit gedicht ter ere van jouw doop vandaag. Dat je je doop later zult verstaan en dat je mag opgroeien in liefde en gezondheid. We houden van je.

Lieve zoon, ik kan soms huilen om jou.
Om jouw onschuld in de chaos van mijn leven.
Om jouw glimlach naar een wereld, die soms de mijne niet is.
Beiden onderweg naar morgen.
Voor jou een nog zorgeloze tocht,
Voor mij een soms loodzware reis op zoek naar jouw geluk.
Maar een ding hebben wij gemeen:
Een God die van je houdt, Zijn armen om je heen,
Een vangnet als je valt.
Met jouw doop vandaag nooit meer alleen.
Je bent ons kind, je bent Zijn kind.
Samen sterk, samen één.

Liefs,

Papa en mama

Incasseren

Een paar dagen na mijn eerste blog voor Rotterdam en Werk werd ik uitgenodigd door de Gemeente Rotterdam. Ik mocht op gesprek komen voor de functie van Junior Communicatieadviseur. Ik was door het dolle, want dit was zo’n functie die voor mij gemaakt leek te zijn. Een allround communicatiefunctie: Van eindredactie tot het organiseren van bijeenkomsten, van intranet tot verkiezingsprogramma’s. Heel divers, een combinatie tussen strategie en operatie. In mijn thuishaven Rotterdam, voor vier dagen per week. Ik zag het helemaal zitten.

Raakvlakken
Ik bereidde het gesprek goed voor, zocht mijn gesprekspartners even op via LinkedIn en was er vorige week dinsdag helemaal klaar voor. Het gesprek verliep, op wat eerste nerveuze minuten na, goed. Ik zag veel raakvlakken met wat ik eerder deed en naar mate het interview vorderde, werd ik steeds enthousiaster.

Een miljoen vragen
En toen begon het wachten op de uitslag. Pas een volle week later zou ik een terugkoppeling krijgen. Die week was er een van een miljoen vragen die zich als een film in mijn kop afspeelde. Had ik alles gezegd wat ik wilde zeggen? Zou mijn enthousiasme goed zijn overgekomen? Als ik het word, hoe regel ik dan zo snel de opvang van mijn dochter en kersverse zoon?

Deukje
Afgelopen dinsdag kwam het telefoontje: De voorkeur ging toch uit naar andere kandidaten. Hoewel ik mezelf inmiddels geleerd heb te hopen in plaats van ergens op te rekenen, kwam deze afwijzing toch hard aan. Ik zeg het eerlijk: een nieuw deukje in mijn zelfvertrouwen, de blijvende zorgen om mijn twee kleintjes en de teleurstelling dat deze leuke functie aan mijn neus voorbij gaat. Het valt me op die momenten soms zwaar de draad van het enthousiast solliciteren weer op te pakken.

Leer- of doe-momentje
Het toverwoord? Incasseren. De klap opvangen, verwerken, weer opstaan en doorgaan. Makkelijk is dat absoluut niet. Vooral na meerdere afwijzingen kan een banenjacht je frusteren. Mijn tip? Je ervaring omzetten in een leer- of doe-momentje. Juist door je onderscheidende talent(en) te gebruiken. Zo is deze afwijzing mijn inspiratie voor een nieuwe blog. Dan realiseer je je weer even extra waar je goed in bent, het leidt af, lucht op en wie weet waar het je volgende week brengt. Op naar de volgende uitdaging!

Netwerken: Als het niet je tweede natuur is

Toen ik in februari mijn baan verloor nadat ik twee dagen ervoor een positieve zwangerschapstest deed, brak voor mij een stormachtige periode aan. Als een bezetene stuurde ik de ene na de andere sollicitatiebrief, mijn Twitter-account vulde zich met een ontelbaar aantal job-accounts en met volle aandacht las ik artikelen over de do’s en don’ts tijdens je zoektocht naar een nieuwe uitdaging. En een woord kwam steeds terug: Netwerken. Zo las ik ergens dat 70% van de actief werkzoekenden een baan vond in, jawel, zijn eigen netwerk.

Dat zette me aan het denken. Want hoe groot was mijn eigen netwerk? Op wat studenten uit mijn studietijd en een aantal ex-collega’s na bestond mijn LinkedIn-netwerk toch voornamelijk uit vrienden en familie. Echt relevante contacten op weg naar een nieuwe functie op het gebied van communicatie had ik niet. Er was dus werk aan de winkel. Uitbreiden, dat netwerk!

En daar was meteen mijn struikelblok. Netwerken is niet mijn tweede natuur. Ik ben niet de spreekwoordelijke kletsmajoor, leg niet zo heel gemakkelijk contact met onbekende mensen. Ik voel me al bezwaard wanneer ik zomaar willekeurig contact leg met een recruiter op LinkedIn. Gedurende de zwangerschap bleef dat netwerken als een donkere wolk boven mijn hoofd hangen. Waar ik moest beginnen, ik wist het oprecht niet.

Tot na de bevalling en ik een oproep zag op Twitter. Het cv-meisje vroeg bloggers voor RotterdamenWerk.nl. Dát paste in mijn persoonlijke netwerk-straatje! Schrijven kan ik als de beste. Daar kan en wil ik me in onderscheiden. Na twee tweets, een motivatiebrief én een gesprek met de enthousiaste oprichter van dit platform, Martijn aan de Wiel, was ik twee contacten en een podium voor mijn schrijftalent rijker.

Het feit dat ik nu de kersverse blogger ben voor RotterdamenWerk.nl en ik daarmee in een voor mij heel nieuw netwerk terecht kom, leerde me dat je je eigen draai moet geven aan de gouden tips om werk te vinden. Zorg dat wat je doet bij je past, dat je jezelf kunt blijven en dat je je er goed bij voelt. Dan gaat zoiets als netwerken vanzelf. Zelfs als het niet je tweede natuur is…

Deze post verscheen eerder op RotterdamenWerk.nl.

Brandweerslang(etje)

Tot voor kort werd ons huis(houden) gedomineerd door een harem aan dames. Mijn lief heeft twee dochters uit een eerder huwelijk en in de zomer van 2011 kwam daar onze eigen prinses bij. “Ik voel me net Robert ten Brink”, riep hij uit toen ons wonder ter wereld kwam. Roze duplo, One Direction, K3 en babypoppen zijn dagelijkse kost, van voetbal, ravotten en overhemden is hier geen sprake.

Mannelijk evenwicht
En hoe leuk de drie dames ook zijn, we hoopten heel stiekem op wat mannelijk evenwicht toen in februari die twee mooie streepjes op de zwangerschapstest verschenen. Ondanks onze nieuwsgierigheid, besloten we wederom het geslacht niet te willen weten. Dat leverde in de familie de nodige weddenschappen op. De verwachtingen waren fifty-fifty. Samen bespraken we de ‘consequenties’ wanneer het een knul bleek te zijn. Een volledig nieuwe garderobe, nog meer speelgoed, maar dan in de vorm van auto’s, treinen en vliegtuigen en drie zussen die over hem zouden moederen.

Plaspraktijken
En dat voorbereiden op een tweede man in huis bleek niet voor niets, toen op precies de uitgerekende datum onze prachtige, stoere zoon Beau werd geboren. Apetrots en dolgelukkig met ons koningskoppel begon een nieuw hoofdstuk in ons gezinsleven. Want niet alleen Fay moest wennen aan een nieuw kindje in huis, ook wij kwamen voor de nodige verrassingen te staan. De schade die het kleine brandweerslangetje tussen zijn beentjes kan aanrichten, was er daar een van. Kon ik mijn dochter binnen een paar weken gemakkelijk met een hand verschonen, terwijl ik met de andere even snel een rompertje uit de la trok, dat gaat met Beau toch anders. ‘Even verschonen’ gaat bij een knul niet op, zijn we inmiddels achter. De bank, ons bed, het aankleedkussen, de schone badcape en mijn nieuwe trui…Beau en zijn plaspraktijken zorgen de afgelopen drie weken voor de nodige hilariteit en schoonmaakhysterie in huize Van Eijck. Zodra hij stil is tijdens het verschonen, weten we inmiddels hoe laat het is. En als hij eenmaal zijn blaas leegt, is dat in de wijde omtrek te zien en te voelen.

Dankbaar
Alleen een handdoek binnen handbereik kan deze brandslang temmen, de wasmachine is voorlopig onze beste vriend. Maar ondanks dat kleine, onvoorspelbare piemeltje, zijn we bijzonder blij, trots en dankbaar. Voor dit mannetje, kerngezond, met alles erop en eraan. Eindelijk een jochie waar papa mee kan voetballen. Daar kan geen brandslang tegenop. En in de tussentijd blijven we hoopvol luiers verschonen. Oefening baart hopelijk kunst…

 

Bij mama in bed (of niet)

Je hebt soms van die mama-onderwerpen die moeilijk bespreekbaar blijven. Bij papa en mama in bed slapen is er in mijn vriendenkring zo eentje. Je hebt moeders die erbij zweren, je hebt er die de kriebels krijgen bij het idee alleen en de overige groep heeft er eigenlijk nooit zo bij nagedacht. Ikzelf hoor bij die tweede groep, de ex van mijn man bij de eerste. Je begrijpt ons dilemma.

Internet-mama’s
Via internet leerde ik tijdens mijn zwangerschap zeven fantastische mama’s kennen. Op zo’n nutteloos forum waarop we in volledige anonimiteit alles bespraken. Ik bedoel álles. Van aambeien tot striae, van de eerste schopjes tot je buikomvang in centimeters en poepen tijdens je bevalling (ja, echt). Ook nadat onze kindjes allemaal gezond en wel geboren waren, bleven we contact houden. Eerst via Hyves, toen via Facebook en inmiddels delen we dagelijks onze foto’s, video’s en andere mama-ervaringen via Whatsapp. En ja: Ook daar ontstaat menig discussie over wat wel en niet goed is voor je kind. Altijd voorzichtig en met respect, maar we zitten zeer zeker niet altijd op één lijn.

Ons bed is van ons
Dat slapen bij de ouders in bed is er daar één van. Ik zeg het eerlijk: Ik vind Fay de liefste, maar ons bed is van ons. Als ze ziek is of een nachtmerrie heeft, leg ik haar liefdevol tegen mijn steeds ronder wordende buik, maar zodra ze slaapt, voer ik haar toch het liefst af naar haar knalgroene kamertje naast ons. Ik slaap anders niet alleen slecht, ik vind het ook belangrijk voor haar zelfstandigheid. En hoewel ik soms echt wel kan genieten van het zachte gesnurk naast me, moet ik er echt niet aan denken dat ze straks, als ze 12 wordt (want daar hebben we het in het geval van mijn stiefdochter over), nog tegen me aankruipt ’s nachts. Ik vind het onnatuurlijk en ongezond en vind het niets met wel of geen liefde geven te maken hebben.

Strijd der titanen
En dan was er vorige week de wel-of-niet-bij-mama-in-bed-botsing tussen mij en een van mijn lieve Whatsapp-vriendinnen. Ik was chagerijnig, zij had keihard gewerkt. We spraken onze frustratie niet uit, maar de ijzige sfeer was, zelfs op mijn iPhone, duidelijk merkbaar. Iedere nacht kruipt haar meisje bij haar in bed en ze vinden het beiden heerlijk. Hoewel ik het echt niks vind en de context waarin de discussie ontstond iets ingewikkelder lag dan wel of niet bij mama in bed, ging ik er wel over nadenken. Want zit de zelfstandigheid van je kind nou echt (alleen) in dat eigen bedje? En waarom raakt het ons beiden zo diep dat we als een echte mama-leeuw onze nagels uitzetten en in de aanvalshouding gaan zitten?

Het beste voor je kind
Om 00:35 uur krijg ik een privéberichtje van haar. Dat ze zich ten onrechte aangevallen voelde en misschien wat bot reageerde. Ik reageer dat ik exact hetzelfde voel en denk. Als echte vrouwen vallen we elkaar elektronisch in de armen en zeggen we snikkend ‘het spijt me’. Ik kijk nog even bij Fay, die heerlijk ligt te snorren in haar ledikant. Ik doe het zo. Zij doet het anders. En onze kinderen? De knapste en gelukkigste op deze aardbol. Want waar je kind ook slaapt, uiteindelijk zijn we wijze vrouwen: We willen het beste voor ons kind. Is en blijft dat niet de belangrijkste basis voor ons kroost?