Baan gezocht (met dikke buik)

Wendy Baan schreef er deze week al een column over: Een baan vinden als moeder. Het bleek een ware opgave of, zoals Wendy het zelfs noemde, een “handicap”. En daar zat ik op de bank hevig ja-knikkend ter bevestiging van haar verhaal. Ik kon er helemaal in meegaan, herkenning alom. En hoewel de column van Wendy eigenlijk genoeg zegt, doe ik er vandaag nog een schepje bovenop: Een baan vinden als moeder én zwangere. Want een paar dagen nadat ik eind februari mijn baan verloor, waren daar de twee prachtige streepjes op de zwangerschapstest. Ik bleek vijf weken zwanger van ons tweede wonder. Gepland en zo welkom, maar zo dubbel en lastig nu zowel manlief als ik geen werk hadden. Hoewel ik mijn best deed mijn baan onder protest te behouden, moest ik toch op zoek naar iets anders.

Ik vroeg vrienden om raad, liet me adviseren door mijn schoonzus die arbeidsjuriste is en discussieerde avonden lang met mijn man. Officieel mag een werkgever je er dan niet op beoordelen en officieel gezien hoef je pas met zes maanden zwangerschap je werkgever op de hoogte te stellen, echt een lekker begin van je nieuwe baan is het niet als je dit soort informatie verzwijgt. Ik besloot mijn zwangerschap in de brieven achterwege te laten en nam me voor het tijdens sollicitatiegesprekken pas aan het eind te vertellen. Dan gaf ik mezelf in ieder geval de kans om te laten zien wat ik in huis heb.

Zonder financiële zekerheid ben ik op m’n slechtst. Tel daar de hormonen en bruiloft-stress (over een maand) bij op en een fikse woordenwisseling was het resultaat. ‘Ik ben gewoon gehandicapt’, riep ik uit. Om me op hetzelfde moment intens schuldig te voelen over mijn zojuist gedane uitspraak. Ik was binnen een maand zwanger, had het hartje al zien kloppen…Hoe kan zo’n wonder in godsnaam een handicap zijn?

Inmiddels ben ik tien brieven en drie gesprekken verder. Vanmiddag had ik een tweede gesprek. Voor een fulltime functie. De functie is fantastisch, de mogelijke collega’s spreken me ontzettend aan, maar het is wel vijf dagen in de week. Iets wat ik me niet voor had gesteld bij een gezin. Maar nood breekt wetten. Ik heb straks twee kleintjes, twee stiefkinderen, een man en twee onverkoopbare huizen. Ik vecht voor wat het waard is, met of zonder dikke buik, met of zonder handicap.

Ondanks mijn vechtlust blijft het frustrerend dat je arbeidskansen zo beperkt worden als moeder en/of zwangere. Is het moederschap niet de ultieme ervaring als het gaat om betrokkenheid, verantwoordelijkheid, aanpassings- en inlevingsvermogen? Zijn wij niet de meest geschikte multi-taskers en kunnen wij niet als de beste plannen? Kunnen wij niet, juist door onze kinderen, meer diepgang geven aan een groep mensen? Ik denk van wel.

Over een half uur neemt mijn mogelijk nieuwe werkgever een beslissing. Het gaat tussen mij en een niet-zwangere. Ik bleef over na een selectieprocedure van tientallen kandidaten. Ik hoop dat mijn mooie, tien weken jonge hummeltje vandaag mijn engel is. Hoewel de arbeidsmarkt er wellicht anders over denkt, ik zal je nooit meer bestempelen als een handicap. Zoals Wendy schreef: jij en je zus zijn de fijnste collega’s die er zijn. Zonder twijfel bestaat er geen mooiere baan dan het moederschap (op de voet gevolgd door die leuke baan als Senior Communicatie-adviseur…).

[Een uur na het schrijven van mijn column werd ik helaas toch afgewezen…]

Deze column werd eerder gepubliceerd op TipsWerkendeOuders.nl.

Rust, mijn grootste wens

Naar aanleiding van de blog van mijn oud-collega Frances Vermeeren waag ik me op deze tweede lentedag van het jaar aan mijn wensenlijstje. Ik zou een lijst kunnen maken van mijn geliefde Rotterdam tot aan het voor mij onbekende Tokio. Er zou geen eind aan komen. En daar voel ik me eigenlijk best schuldig over. De Facebook-groep ‘Wensenlijstje‘ van initiatiefneemster Rosanne Raubun is een prachtig, belangenloos initiatief van mensen met heel concrete, maar eenvoudige wensen. Door je wensen aan elkaar kenbaar te maken, kunnen we elkaar kosteloos verder helpen. Dat is het idee.

Enigszins ontroerd lees ik over een boekenbon, een like van een Facebook-pagina of een ongecompliceerde fotoshoot. En daar zit ik dan. In een vreselijk roze huispak, in bed met m’n haren door de war en met een laptop op schoot. Mijn wensen? Rust in m’n kop en in m’n leven. Na een faillissement inclusief bedreigingen, een vervelend arbeidsconflict en andere ellende zitten zowel ik als manlief sinds twee weken geleden werkloos thuis. Ons huis telt 60m2, ons gezin telt 3 kinderen. Tel daar drie katten, twee onverkoopbare huizen en een minimale ww bij op en mijn chaos is compleet.

Zonder financiële zekerheid ben ik op m’n slechtst. Na twee weken zielig zijn, shockeert die gedachte me eigenlijk. Ik heb een gezonde, vrolijke dochter, heb een dak boven m’n hoofd en kom geen eten of drinken tekort. Waarom kan mijn wensenlijstje niet bestaan uit de simpele vraag om te mogen gastbloggen? Om wekelijks een column te kunnen schrijven? Of om een eenvoudige Facebook- en Twitter-omslag te laten ontwerpen die past bij mijn blog (die ik al veel te lang heb laten liggen)? Ik heb voldoende in te brengen: uitgebreide kennis van online communicatie, e-commerce en sociale media. Ik schrijf columns en door mijn graad in de Nederlandse taal ben ik een prima eindredacteur.

Ik bezoek de Facebook-groep nog eens, laat wat traantjes en zie opeens mijn rust: Mijn wensenlijstje mag dan misschien wat uitgebreider en materialistischer zijn dan die van de gemiddelde bezoeker, het is wel een prima afstreeplijstje voor de komende periode!

Mijn wensenlijstje ziet er ongeveer zo uit:

  • Een leuke baan op het gebied van communicatie, 24 – 32 uur per week, regio #010
  • Een grotere woning met een vaste slaapplaats voor alle kids
  • Mogelijkheid om te gastbloggen over het moederschap, ondernemerschap en/of social media
  • Mijn eigen blog nieuw leven inblazen
  • Basis-training Photoshop
  • Nieuwe freelance-opdrachten scoren vanuit mijn bv Lire La Suite Communications

Wat ik jou te bieden heb? Check mijn LinkedIn of lees mijn tweewekelijkse column op TipsWerkendOuders.nl. Ik schrijf graag iets voor of over jou. Gratis en voor niks. Gewoon, omdat dat mijn allergrootste wens is. Tot snel?

Mama vindt alles

Mijn lief is een echte man. Laat het liefst alles achter zijn bescheiden kont slingeren, om de dag erna te vragen waar zijn iPad, sleutels of sportschoenen zijn gebleven. Tel dat op bij zijn twee dochters die op hem lijken en een peuter van anderhalf die dagelijks een wedstrijd doet hoeveel speelgoed er onder de bank past en de chaos is compleet.

En daar houd ik nou precies níet van, van chaos. Losse rotzooi maakt me zenuwachtig en eens in de maand mest ik het hele huis uit. Ik weet precies waar alles ligt en vind altijd alles terug (oké, bijna altijd…mijn toegangspas van kantoor ben ik nog steeds kwijt).

Man en kinderen drijf ik meer dan eens tot waanzin. Niet alleen omdat ik ze achter hun broek aanzit, maar temeer, omdat ze altijd moeten zoeken naar waar hun spullen na de reorganisatie nu weer terecht zijn gekomen. Na een kleine twee jaar samenwonen, hebben ze het dan ook opgegeven. Als ze wat zoeken, vragen ze (stief)mama. Die vindt alles. De etui met gelpennen, het opzetstukje van de fietspomp en de TomTom die al zo lang zoek was: ik vind ze terug als een ware Sherlock Holmes. Mijn man wil daar nog wel eens over in discussie gaan. Vindt het moeilijk toe te geven dat ik hierin nu eenmaal beter ben dan hij.

Tot tweede kerstdag. Wanneer meneer zijn telefoon én portemonnee op het dak laat liggen om vervolgens de snelweg op te rijden. Als we bijna in Den Haag zijn, trekt hij wit weg. Langzaam dringt het tot hem door dat zijn mobiel en pasjes ergens tussen Rotterdam en Rijswijk slingeren, in plaats van in het bakje in de middenconsole van de auto. Met een niet nader te noemen, maar veel te hoge snelheid keren we om. Hulde aan de app Find my iPhone, want met een slim trucje en een groen knipperend bolletje vinden we de telefoon aan het begin van de oprit. Oké, hij is wat krassen rijker, maar alles werkt nog naar behoren. Deel twee van de zoektocht verloopt een stuk moeilijker. We rijden op en neer, lopen driemaal de wijk rond als echte speurhonden, maar zonder resultaat. We vragen de bezorger van de Chinees beneden om extra op te letten en besluiten de portemonnee na twee uur in de ijzige kou officieel als verloren te beschouwen.

En dan rijden we de snelweg op. In een flits zie ik daar een leren hoopje liggen en roep verrukt dat manlief moet stoppen. Hij verlaat de snelweg, rijdt de ventweg op en als ik me door de modder en over de vangrail heb gewerkt (ik sta nu dus óp de snelweg), verschijnt er een zelfgenoegzame grijns op mijn gezicht. Daar ligt zijn portemonnee. Met verspreid over de berm de inhoud. Ik trek me niks aan van mijn net gekrulde haren, zorgvuldig aangebrachte make-up, te strakke broek en veel te dure suède laarzen. Als een soepele atleet klim ik met gevaar voor eigen leven heen en terug over de vangrail, mijn buit aan pasjes verzamelend. Als ik na een uur met mijn voeten in de modder terug de auto in stap, lach ik tevreden: Weer een discussiepunt van de lijst. Vanaf vandaag is het officieel. Mama vindt álles terug.
(We kwamen er thuis overigens achter dat er toch één van de tien zoekgeraakte pasjes is achtergebleven langs de A13…De vinder zal worden beloond!)

Deze column werd eerder gepubliceerd op TipsWerkendeOuders.nl.

Een klein groot geluk

Al van kleins af aan wist ik het zeker: Op een dag wilde ik mama worden. Als 7-jarige vooral omdat ik net zo’n baby wilde als mijn zusje dat toen geboren werd. Als 17-jarige, omdat ik lekker wilde knuffelen met zo’n klein hummeltje en als 27-jarige, omdat ik de man van mijn dromen vond en hunkerde naar een gezin. En toen opeens was daar het streepje op de zwangerschapstest. Nu werd het echt. Over 9 maanden zou er een klein mensje zijn, volledig afhankelijk van de mensen om hem of haar heen en dat mensje zou mij mama noemen.

Na drie maanden in joggingpak boven een gele fluoriserende emmer te hebben gehangen met manlief die mijn haar uit m’n gezicht hield, had ik een voorbeeldige zwangerschap. Ik had een prachtbuik, kwam weinig aan en kreeg van iedereen lekker de aandacht. Ondertussen kwam er de welbekende nesteldrang, de zwangerschapsdementie en de niet te onderdrukken drang om alles voor te bereiden. Kaartjes, kamertje, klossen en telefoonnummers, het was allemaal geregeld toen op 23 juni 2011 om 05:30 uur mijn vliezen braken…

Na een korte, maar heftige bevalling was daar om 10:04 uur onze dochter Fay Trijntje Catharina van Eijck. Een prachtig engeltje van slechts 2480 gram met een blauw kontje door de stuitbevalling. En vanaf dat moment wordt ieder cliche werkelijkheid. Het moederschap is zoveel mooier dan ik op 7-, 17- en 27-jarige leeftijd dacht. Nu ligt ons klein groot geluk op schoot uit te buiken na haar voeding. Ze is nu drie weken en zo eigen, zo vertrouwd. Fay is de mooiste en wij de gelukkigste.

Het wonder van Malfay

Soms komen er zaken op je pad die je leven een flinke zwiep geven. Een mailing van mijn schoonheidsspecialiste is er zo één. Een week of vier geleden kreeg ik een uitnodiging om mee te gaan met de zogenoemde Beter in m’n Vel-week. Een weekje zelfstudie in de Franse Ardèche op veertig hectare eigen grond. Al bij het lezen van de eerste alinea begon er van binnen iets te kriebelen. Na alle hectiek thuis en op werk leek het bijna geen toeval dat dit reisje nu in mijn postvak lag. Klein minpuntje: alleen op reis zonder bekenden is nou niet bepaald Chantal-like. Met een schop onder de hol van manlief en mezelf moed inpratend, boekte ik binnen dertig minuten mijn eigen weekje weg.

En vorige week was het dan zover. Zondagmorgen vijf uur reed ik Rotterdam uit met drie meiden die ik slechts één keer eerder had gezien tijdens de kennismakingsborrel. In mijn tas niets meer dan joggingbroeken, warme vesten en gympies. Alle angsten die me de week ervoor een blaasontsteking en hevige buikpijn bezorgden, lagen netjes bovenop. Klaar om achter te laten in Frankrijk. Na een reis van ruim twaalf uur stapten we uit op één van de mooiste plekken ter wereld. Geen luxe vijfsterrenkamer, maar een prachtige basic stenen gite, omgeven door groene bomen en het prachtige uitzicht op de bergen. De ultieme plaats om jezelf te herontdekken. Om te leren zien dat je je overtuigingen uit het verleden moet los durven laten om te groeien. Dat juist dit loslaten de mooiste vorm is van houden van. Dat je moet leven in het nu om alles eruit te halen wat er in zit.

Makkelijk is dat niet. Het doet soms pijn om je echte zelf te ontmoeten, omdat het zo afwijkt van wie je dacht dat je was. Maar dan komt opeens de zon achter de bergen omhoog, langzaam maar zeker. Het verwarmt langzaam je lijf, hoofd en hart. Dan eindelijk komt jouw bloem boven de koude grond uit en besef je dat dromen uitkomen, zolang je er maar voor vecht en in gelooft. Bedankt voor dit wonder, het wonder van Malfay…

New York, the city that never sleeps

We zitten op JFK Airport en ik kan maar één ding zeggen: K A P O T. Even een achtergrond schetsend: Deze week werd in New York, USA de Ticket Summit gehouden; een conferentie voor bedrijven uit de primaire en secundaire ticketindustrie. Een beetje zelf respecterend bedrijf in de branche is daar aanwezig en dus vlogen we woensdag vol verwachting, spanning en ideeën naar Amerika. Na een rustige, maar lange reis ploften we ’s avonds om 20:00 uur neer in een Best Western Hotel. De weg er naar toe inspireert me nauwelijks: ik ben moe, zenuwachtig en klam. Ik wil een douche, geen spannende Big Apple.

Na een opfrisser in de chill mode (lees: Uggs, sweater en spijkerbroek) en snel een hapje eten tussen torenhoge wolkenkrabbers. Mijn eerste indruk van deze wereldwijd gewaardeerde stad is vooral benauwend. We duiken vroeg ons bed in en dan begint het proces van je realiseren dat deze stad echt nooit slaapt. Ik word om het uur wakker. De jet lag is killing, net als de vuilniswagen die om 03:00 uur het vuil komt halen met herrie makende claxon, schreeuwende mensen, politieauto’s. Om 06:00 uur besluit ik mijn verwoede slaappoging te staken. Tijd voor een douche en Ticket Summit, dag 1.

Zodra we het prachtige Waldorf=Astoria binnenkomen, vallen we met onze neus in de boter. We schuiven zonder het te weten aan bij Yahoo. Precies wat mijn collega zoekt en we maken ons eerste praatje. Amerikanen zijn zó makkelijk. Een glimlachje en een “where are you from?” en je bent klaar. We luisteren naar hoe je je merk moet bouwen, hoe legal issues de Amerikaanse markt beïnvloeden en hoe je klanten het best kunt benaderen via e-mail. We ontmoeten interessante mensen die we meteen natrekken op Facebook. Kortom: een superinteressante, maar hele drukke dag.

Halverwege de middag hebben we wat tijd voor onszelf en dus rennen we van hotel, naar Timesquare, langs blokken, straten en avenues. Indrukwekkend grote reclameborden schreeuwen ieder om aandacht. Of het werkt? Geen idee. Ik word er vooral duizelig van, ik weet niet waar ik moet kijken. Maar nu ráákt het me wel. Nu pas snap ik wat mijn lief bedoelde met: “Je moet de stad voelen”. Wát een gekte. Je móet hier in NYC blijven rennen, want dat doet iedereen. Van A naar B, van hot naar her. Liefst snel en efficient. Je loopt niet op je gemak over een zebrapad, je rent. Langs kantoren, MC Donald’s, Wendy’s en Subway. We kopen nog wat “I love NY”-souvenirs en drinken een Starbucks thee.

En dan de realiteit: we zijn zo ver afgedwaald, dat we een uur lange wandeling voor de boeg hebben. Eenmaal in het hotel snel onder de douche en onder de wol. Ik doe een poging onze belevenissen te schrijven op Facebook, maar mijn ogen vallen dicht. Gelukkig laat de drukte me nu even met rust. Tot 06:00 uur ’s morgens.

Opstaan, Waldorf=Astoria, meetings, seminars, nieuwe gezichten, einde TicketSummit. Chill mode, lunch, cab to the airport. We wachten nu om aan board te mogen. Als ik de balans opmaak, was het doodvermoeiend, maar een belevenis die ik niet had willen missen. Ondanks dat New York nooit zal slapen, gaan wij nu een dutje doen. Welterust en tot in Nederland!

De moeder van mijn moeder

Het sneeuwt vandaag. En hard ook. De straten, huizen en bomen zijn witgekleurd en zoals het er nu naar uitziet wordt dat de komende uren alleen maar heftiger. Mijn katten Timon en Pumba (net zo wit als de sneeuw) zitten al uren in het raamkozijn te genieten van de naar beneden dwarrelende sneeuwvlokken. Dat je ze niet kunt pakken, blijft voor Timon een raadsel en dus word ik om de vijf minuten opgeschrikt door een doffe klap tegen het raam. Heerlijk: nu hangen ze tenminste niet in mijn te symmetrische kunstkerstboom.

Sneeuw maakt iets raars in mensen los. De een verandert van een 40- in een 4-jarige, de ander wordt chagerijnig en nog een andere groep wordt weemoedig. Ik behoor geloof ik tot de laatste groep. Dat heeft dit jaar een reden. Vorig jaar toen het sneeuwde zat ik in een veel te warme ruimte met twintig zwakke, zichzelf constant herhalende bejaarden. Wel dertig keer hoorde ik dat het sneeuwde. Ergens vond ik het zielig, maar ik kan niet ontkennen dat mijn andere helft wenste dat het uur voorbij was en ik terug naar huis kon gaan.

Op deze zondagochtend denk ik terug aan die middag. Zij was een van die bejaarden. De sneeuw deed haar weinig meer. Ze staarde voor zich uit, voelde koud aan en ik kon alleen maar gissen naar de gedachtes in haar hoofd. Was ze al met de dood bezig? Had ze nog hoop dat ze zich beter zou voelen? Ik wist en weet het niet. Ik mis haar op dagen zoals deze, dat wel. Het blijft raar dat ik haar nooit meer zal horen of zien. Dat ze geen grappige verhalen meer zal vertellen of geen oliebollen meer bakt met Oud en Nieuw. De moeder van mijn moeder.

De sneeuw wordt inmiddels minder. Tijd voor een schop onder de kont. Hup, naar buiten, sneeuwballen gooien! En ja oma, ik zal uitkijken…

De genezende werking van schoenen

De herfst met al haar regen maakt dat je spontaan je garderobe wilt vernieuwen. De zomerse, zwierige jurkjes de kast in en de verzameling Birkenstocks terug in de doos. De blonde zomerlokken heb ik inmiddels ingeruild voor een bruine teint, maar de coupe zelf was onhandelbaar. Dus na liters regen en grijze, donkere wolken leek het me vandaag hét moment voor een nieuwe coupe.

Na een uur voor de slagboom in de garage te hebben gestaan, alle stoplichten tegen en vier bruggen open, stap ik vol goede moed binnen bij mijn favo kapper. Mijn enthousiasme verdwijnt als sneeuw voor de zon als ik zie dat er nog minstens zeven wachtenden voor me zijn. Ik baal en besluit om mijn coupje dan nog maar even uit te stellen.

Geirriteerd loop ik terug naar de auto en dan opeens slaat mijn bui helemaal om. Ik hobbel langs de etalage van een schoenenwinkel en daar staan ze: het perfecte paar om mijn mislukte kapperspoging spontaan te doen vergeten. Ik twijfel even, maar dan schiet ik toch de winkel binnen. Een half uur later loop ik de regen in met een paar veel te dure, maar oh zo mooie laarzen. Tevreden stap ik in de auto en dan glimlach ik even. Ik was de genezende werking van schoenen bijna vergeten. Diamonds are  girl’s best friend? Doe mij maar een stel goede hakken!

One man can make a difference

De financiele crises is wereldwijd het gesprek van de dag. Duizenden bedrijven lijden onder de inkakkende economie. Al hebben wij niets te klagen, ook The Ticket Enterprise ondervindt enige hinder. Consumenten gooien nu eenmaal veel minder snel een paar honderd euro op tafel voor een kaartje naar Formule 1 of MotoGP.  Al weken zijn we druk bezig met het boosten van onze sales. Vandaag hebben we onbewust dé oplossing gevonden, en wel drie uur geleden om precies te zijn. Toen maakte onze ticketpartner Ferrari bekend dat legende en voormalig wereldkampioen Michael Schumacher de gewonde Felippe Massa zal vervangen in de resterende Formule 1 races dit seizoen.

‘Leuk’, dacht ik. En onmiddellijk daar achteraan: ‘Wow, dit zou wel eens goed kunnen zijn voor de business…’. Op het forum van De Telegraaf werd gejuicht en gejoeld. Eindelijk werd Formule 1 weer aantrekkelijk, gelukkig kwam de koning van F1 nog één keer terug. Meteen mijn manager gebeld en onze raderen draaien op topsnelheid. We moeten dit commercieel goed gebruiken.

Echter, de moeite blijkt bijna niet nodig. Hoeveel impact dit bericht heeft, blijkt als ik ons ordersysteem induik. Het totaal aantal orders vandaag is nu al drie maal zo hoog als in de weken hiervoor. De impact van ‘Schumi’ is bizar. One man can really make a difference…

Chantal in Turkije

Ik ben net een paar uur terug in Nederland van een heerlijke 10-daagse zonvakantie in Kusadasi, Turkije. Mocht je als vrouw een minderwaardigheidscomplex hebben, dan kom je als herboren van deze vakantiebestemming terug. De uitdrukking ‘op elke hoek van de straat’ is hier te minimaal. Waar je ook loopt, je wordt aangesproken, nageroepen of er hangt er opeens een lokale dude aan je arm.

Voornamelijk blonde meiden worden achternagerend in een poging ze een fake Dior-shirtje te verkopen. Turkse winkeliers willen alles van je weten, maar als je besluit die veel te modelloze spijkerbroek toch maar te laten liggen, krijg je een snauw en een schop onder je hol. Dan ben je opeens een stuk minder interessant. Zo werd zuslief gebombardeerd tot Bitch-in-Blue, omdat we de wenkbrauwen van de beste verkoper een stuk interessanter vonden dan de shirtjes en truien in zijn met goedkope TL-buizen verlichte winkel. Oke, we roddelde ook niet echt subtiel, maar de agressie van de man in kwestie was vrij angstaanjagend. We maakten ons snel uit de voeten, en even later staan we in een soortgelijke winkel te kietelen aan een schattig maar heel nep Chanel tasje. Musty maakt wel even een speciaal prijsje voor ‘mooi meischjus uit Nederland’. Voor EUR 45 mogen we het pronkstuk mee naar huis nemen. Ik schiet spontaan in de lach. Uiteindelijk wandelen we de winkel uit, slechts EUR 10 lichter.

Met onze nieuwe aanwinst strijken we neer bij Yucca, het beste restaurant van Kusadasi. We zitten nog geen vijf minuten en een veel te smalle jongen met knokige schoudertjes vraagt of mijn zusje meekomt naar zijn hotel. Na een felle uitbrander druipt hij af om na het eten vrolijk om ons heen te drentelen met dezelfde vraag. We duwen hem weg en vervolgen onze jacht naar mijn nieuwe zonnebril. Nu weer iemand anders die vraagt of wij de stalker kennen. Als mijn zus zijn vraag negatief beantwoordt, ontstaat er spontaan een vechtpartij tussen de twee heren. Ik kijk mijn zus aan, ik lees maar één ding: “Cocktails op het dakterras in het hotel?” We klimmen omhoog naar ons appartement en bestellen een Silver Moon. Als de twee grote glazen met chemisch groene troep worden geserveerd, lachen we tevreden naar elkaar. Prima idee om de Turkse adonissen in het centrum in te ruilen voor veel te zoete alcohol. De vakantie is top!